ECLI:NL:RBOVE:2024:5500
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering woonkostentoeslag wegens ontbreken hoofdverblijf en geen dringende redenen
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Olst-Wijhe om woonkostentoeslag voor twee adressen, welke werden geweigerd omdat eiser en zijn echtgenote daar niet hun hoofdverblijf hadden. De rechtbank bevestigt dat het hoofdverblijf bepalend is voor toekenning van woonkostentoeslag en dat inschrijving in de Basisregistratie Personen niet doorslaggevend is.
De rechtbank oordeelt dat eiser en zijn echtgenote sinds 2013 niet meer op het eerste adres woonden en dat het verblijf op het tweede adres pas vanaf 9 februari 2024 als hoofdverblijf geldt. De periode waarvoor woonkostentoeslag werd aangevraagd, loopt vanaf 19 januari 2023 tot en met 23 april 2024, waarin geen hoofdverblijf op de gevraagde adressen was.
Daarnaast is niet gebleken van een plotselinge inkomensterugval of zeer dringende redenen die bijzondere bijstand rechtvaardigen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel wordt afgewezen omdat het college zorgvuldig en consistent heeft gehandeld. De rechtbank concludeert dat het college terecht heeft geweigerd woonkostentoeslag toe te kennen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van woonkostentoeslag bevestigd.