ECLI:NL:CRVB:2004:AR3501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichtingskosten wegens niet-hoofdverblijf
Appellant diende op 28 maart 2000 aanvragen in voor bijzondere bijstand in woninginrichtingskosten en woonkostentoeslag op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven wees deze aanvragen bij besluit van 29 mei 2000 af, omdat niet was komen vast te staan dat appellant de woning als hoofdverblijf bewoonde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres, maar vanwege de gebrekkige inrichting minder verbleef dan gewenst. De Raad van Beroep stelde vast dat bij huisbezoeken op 25 april en 26 mei 2000 essentiële woonvoorzieningen en persoonlijke benodigdheden ontbraken, wat het aannemelijk maakte dat appellant niet op het adres woonde.
Gezien het ontbreken van het hoofdverblijf op het adres achtte de Raad de kosten niet noodzakelijk in de zin van artikel 39 Abw Pro en bevestigde het de afwijzing van de bijzondere bijstand. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvragen voor bijzondere bijstand wordt bevestigd omdat appellant niet op het opgegeven adres woonde.