Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 december 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
-/- € 150.060), vermeerderd met een vergrijpboete van € 5.001 en € 7.860 heffingsrente.
Geschil11. In geschil is of de navorderingsaanslag en de vergrijpboete terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd en de heffingsrente terecht en naar het juiste bedrag in rekening is gebracht. Daarbij is meer specifiek in geschil of sprake is van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt, of verweerder bij het opleggen van de navorderingsaanslag voldoende voortvarend heeft gehandeld en of hij daarbij heeft gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Als moet worden geoordeeld dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd, is voor de vergrijpboete in geschil of het aan grove schuld van eiseres is te wijten dat aanvankelijk te weinig belasting is geheven.
Beslissing
mr. S.A. van Hoorn, leden, in aanwezigheid van H. van Lingen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 december 2024.