Uitspraak
RECHTBANK limburg
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stein, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
1 juni 2017 ten onrechte bijstand is verstrekt. Dit leidt tot een terugvorderingsbedrag van
€ 43.315,-. Na verrekening met het openstaande vakantiegeld van € 287,57 resteert een vordering van€ 43.027,98, die wordt teruggevorderd op grond van artikel 58, tweede lid, aanhef en onder f, ten eerste, van de PW.
30 dagen-leer; op de 31e dag vindt er een nieuwe vermogensvaststelling plaats (zie bijvoorbeeld de uitspraken van de CRvB van 20 februari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:792 en 15 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3375). In het tweede geval vindt er zonder voorafgaande intrekking op een zelfstandige grond terugvordering plaats, namelijk op grond van artikel 58, tweede lid, aanhef en onder f, ten eerste van de PW, en geldt deze 30-dagen-leer niet.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2022 .