ECLI:NL:RBDHA:2024:1808
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag Poolse onderdaan vanwege interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Poolse onderdaan, diende op 14 februari 2022 een asielaanvraag in, die door de staatssecretaris op 13 maart 2022 niet-ontvankelijk werd verklaard op grond van het Protocol inzake asiel voor EU-onderdanen. De rechtbank vernietigde dit besluit in mei 2022 wegens onvoldoende motivering en beval een hernieuwde beslissing. De staatssecretaris verklaarde de aanvraag opnieuw niet-ontvankelijk op 25 oktober 2023, waarop eiser beroep instelde.
Eiser stelde dat hij vanwege zijn biseksualiteit in Polen gevaar loopt en dat de lopende artikel 7-procedure tegen Polen de ontvankelijkheid van zijn aanvraag rechtvaardigt. De staatssecretaris betoogde dat het asielrelaas geen uitzonderlijke situatie vormt om af te wijken van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en wees op het ontbreken van aannemelijk bewijs dat eiser bescherming in Polen niet kan inroepen.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het Protocol EU-lidstaten de basis vormen voor de niet-ontvankelijkverklaring en dat de artikel 7-procedure slechts in uitzonderlijke gevallen aanleiding geeft tot afwijking. De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest. Ook het verzoek tot heropening van het onderzoek werd afgewezen.
Ten aanzien van de ongewenstverklaring en ISD-maatregel stelde de rechtbank dat eiser niet heeft aangetoond dat hij zijn gedrag duurzaam heeft verbeterd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.