ECLI:NL:RVS:2023:383
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 15 juni 2022 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 21 juli 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen, en het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 1 februari 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.