Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 augustus 2022 in de zaken tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Zaaknummer auto aangifte voldoening datum 1e toelating
Geschil3.In geschil is of:
Bewijslast
Het taxatierapport (SGR 21/1515 en SGR 21/2301)
‘s-Hertogenbosch 31 december 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:4113).
28 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:89 heeft overwogen, kan niet worden aangenomen dat in de beslissing op bezwaar een rentebeschikking is begrepen. Dat betekent dat de rechtbank zich in deze procedure niet kan uitlaten over de juistheid van de over de teruggaaf voor de auto’s VI en VII kennelijk inmiddels vergoedde rente. Eiseres zal dat aan de orde moeten stellen in een procedure met betrekking tot de inmiddels kennelijk genomen rentebeschikking.
19 november 2019 tot en met 17 februari 2020, afgerond drie maanden. Tussen de gemachtigde en verweerder heeft in die periode in alle lopende Bpm-zaken overleg plaatsgevonden om te proberen een compromis te bereiken (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RBGEL:2022:519).Dat betekent dat de redelijke termijn twee jaar en drie maanden bedraagt. Die termijn is dus overschreden met afgerond tien maanden. Eiseres heeft derhalve recht op een isv van € 1.000. De overschrijding wordt geheel toegerekend aan de bezwaarfase. Verweerder dient daarom een bedrag van € 1.000 aan eiseres te vergoeden.