Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.HEINEKEN N.V.,
2. de rechtspersoon naar buitenlands recht
1.Waar deze zaak over gaat
follow on-zaak. De inbreuk is namelijk al eerder vastgesteld door de Griekse mededingingsautoriteit (
Hellenic Competition Commission, HCC) en bestaat uit misbruik van machtspositie op de Griekse biermarkt gedurende een periode van 16 jaar (1998-2014) via verschillende praktijken gericht op uitsluiting van concurrenten.
counterfactual). De vordering moet naar Grieks recht worden beoordeeld.
legal opinionsen voor de economische aspecten naar verschillende rapporten van hun eigen economische deskundige. Deze deskundigen,
Oxera Consulting Ltd(Oxera) namens MTB en
Charles River Associates(CRA) namens AB en Heineken, hebben ook ter zitting een toelichting gegeven.
2.De procedure
- i) dat de civiele rechter gebonden is aan het oordeel van de HCC, namelijk dat AB misbruik heeft gemaakt van haar machtspositie, omdat de vastgestelde inbreuk, de daaraan ten grondslag liggende feiten en de juridische kwalificaties daarvan onder het onweerlegbaar vermoeden van artikel 9 van Pro de Griekse
- ii) dat geen tussentijds hoger beroep tegen deze uitspraak zal worden opengesteld.
3.De feiten die van belang zijn voor dit vonnis
Vergina, met als doel een
premiumbiermerk van lokaal gebrouwen Grieks bier te introduceren.
Heinekenen
Amstel. In 1999 heeft AB
Alfageherintroduceerd als Grieks biermerk.
immediate consumption marketof
on trade consumption market) bestaande uit kort gezegd horeca-locaties, en de warme markt (of
off trade marketof
future consumption market), bestaande uit supermarkten en buurtwinkels.
- i)
- ii)
- iii)
Council of Stateingestelde beroep is bij beslissing van 31 mei 2023 verworpen.
4.Het geschil
litigation interest), althans de Griekse wettelijke rente, vanaf 1 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.De verdere beoordeling
Inleiding5.2
Verzoek om het eerste rapport van Oxera5.4
Causaal verband en schade
Toetsingskader 5.13
Kartelschaderichtlijn, Mededeling en Praktische Gids 5.21
Standpunten van partijen 5.23
Vergelijkingsmethode, formule, methodes 5.27
Reikwijdte van de bindende kracht van de HCC-beschikking 5.31
Vastgestelde inbreuk 5.37
Wijze waarop de inbreuk van invloed kan zijn geweest op derelevante markt 5.41
Tussenconclusie 5.45
Feitelijke situatie 5.49
5.55
5.59
5.64
Situatie zonder inbreuk (counterfactual) 5.67
5.68
5.77
5.86
Waar de vergelijking toe leidt 5.88
Rente en kosten Oxera5.89
Verder procesverloop: aktewisseling5.104
follow on-vorderingen van MTB zijn volledig gebaseerd op de enkele, voortdurende inbreuk op Europese en Griekse mededingingsregels door AB die de HCC in haar besluit als bevoegde Griekse nationale mededingingsautoriteit heeft vastgesteld, welk besluit in de verdere Griekse administratieve procedure in stand is gebleven. Eerder is in deze procedure na een uitvoerig debat beslist dat de civiele rechter gebonden is aan het oordeel van de HCC dat AB misbruik heeft gemaakt van haar machtspositie: de in de HCC-beschikking vastgestelde inbreuk. Met de vastgestelde inbreuk staat ook de enkele, uniforme [19] onrechtmatige daad die daarmee samenvalt, definitief vast. Nog niet eerder als zodanig vastgesteld, maar ook niet in geschil, is dat uit de legal opinions van partijen volgt dat het specifiek gaat om een onrechtmatige daad als bedoeld in artikel 914 Grieks Pro Burgerlijk Wetboek (GCC).
theory of harm-, pas daarna kunnen de economen die theory of harm testen en modelleren. Wat uitdrukkelijk niet de bedoeling is, is dat de theory of harm ná de modellering wordt gekozen of aangepast, zoals volgt uit het oordeel van de Engelse
Competition Appeal Tribunal(CAT) in de Stellantis-zaak: “
it is not appropriate to reformulate the hypothesis to fit the data”. [20] In het geval van Oxera zijn er duidelijk aanwijzingen dat de schadeanalyses wel achteraf op die manier zijn aangepast. Het zwaartepunt van de dagvaarding naar de nadere aktes is volgens AB en Heineken verschoven van “afzetgroei” en “productiecapaciteit” naar “prijs”.
but-for analysis [22] ). Bij die methode wordt een vergelijking gemaakt tussen de feitelijke situatie en de denkbeeldige situatie zoals die zou zijn geweest als de inbreuk niet zou hebben plaatsgevonden (ook wel:
counterfactual).
probable’ (waarschijnlijk) moet zijn
“in the usual course of events”, zoals volgt uit artikel 298 Grieks Pro BW:
white label’ bier.
-prijzen in de jaren daarvoor;
cross sectional analysis. Anderzijds, voor de prijzen hanteert zij een ‘tijdens-en-na vergelijking’ op dezelfde geografische markt, ook wel
datmaar ook
in hoeverrezij gebonden is aan het oordeel van de HCC. De rechtbank heeft namelijk geoordeeld dat zij gebonden is aan het oordeel van de HCC dat AB misbruik heeft gemaakt van haar machtspositie, omdat “
de vastgestelde inbreuk, de daaraan ten grondslag liggende feiten en de juridische kwalificaties daarvan”onder het onweerlegbaar vermoeden van artikel 9 van Pro de Griekse Antitrust Damages Act (ADA) vallen.
potentiële)mededingingsbeperkende effecten heeft op de relevante markt, als noodzakelijk vereiste voor het bestaan van een inbreuk. [34] Een nadere analyse van de HCC-beschikking is dus ook om die reden op zijn plaats. Bovendien kan het beperkte dispositief sowieso niet afdoende worden doorgrond zonder nadere analyse van de beschikking.
key horeca accountsen kleine outlets);
satisfactory shelf-space";
-segment van de markt uitsluitingsstrategieën heeft gehanteerd, zoals het gebruiken van kredieten om exclusiviteit af te dwingen, en het geven van garanties, hypotheken, leningen en andere prikkels in ruil voor exclusiviteit en het discriminatoir behandelen van niet-exclusieve afnemers.
in combinatie metde vaststelling dat AB een economische machtspositie heeft. Van
diemachtspositie heeft AB misbruik gemaakt door de uitsluitingspraktijken te hanteren. Over de machtspositie van AB heeft de HCC in haar overwegingen het volgende overwogen:
CHAPTER A
1.KEY ACCOUNT CLAUSES OF EXCLUSIVITY
Hence, the above facts substantiate an abuse of dominance, consisting primarily in the imposition of exclusivity on the part of the Respondent, which is a particularly serious exclusionary practice and raises permanent barriers to the entry/expansion of its competitors.
2.REBATES GRANTED BY THE RESPONDENT TO KEY ACCOUNTS
3.On AB’s views regarding the on-trade consumption market
4.RESPONDENT'S PRACTICES VIS-A-VIS FINAL ON-TRADE CONSUMPTION POINTS
mogelijkemededingingsbeperkende effecten kunnen hebben. In de overwegingen bij haar oordeel dat aan dat vereiste is voldaan, heeft de HCC echter diverse malen wel degelijk vastgesteld dat de uitsluitingspraktijken daadwerkelijk mededingingsbeperkende effecten
hebben gehad.
plethora) aan bewijs, en legio voorbeelden, ook specifiek met betrekking tot MTB. Anders dan AB en Heineken hebben betoogd, gaat het daarbij niet om illustratieve voorbeelden, maar verklaringen waar de HCC haar oordeel mede op baseert. De HCC heeft daarbij telkens de visie van AB uitvoerig besproken, en verworpen, en dus steeds het beginsel van hoor en wederhoor in acht genomen bij haar beoordeling.
must-stock brandsin haar portefeuille.
unavoidable trading partner.
- dat AB misbruik heeft gemaakt van
- dat het misbruik 16 jaar heeft voortgeduurd;
- dat het misbruik van machtspositie door AB dus ernstig en langdurig is geweest, en gezien de sterke machtspositie van AB, ook omvangrijk, omdat het betrekking had op een groot deel van de markt;
- dat concurrerende deelnemers op de Griekse biermarkt door dit misbruik aanzienlijke moeilijkheden en dus belemmeringen hebben ervaren om hun marktaandeel te vergroten;
- dat dit mededingingsbeperkende effect van de inbreuk dus waarschijnlijk is, anders gezegd, dat de inbreuk waarschijnlijk tot het uitsluitingseffect van verminderde toegang tot een groot deel van de markt heeft geleid, waarbij bovendien de vastgestelde sterke machtspositie van AB dat effect van het misbruik heeft versterkt.
geenuitsluitingseffecten heeft gehad. Die vaststelling miskent namelijk de inbreuk en het uitsluitingseffect die hiervoor zijn vastgesteld. AB en Heineken richten zich met hun verweer kennelijk tegen een uitsluitingseffect van
onmogelijketoegang tot de markt, hetgeen zich inderdaad niet zou verhouden met een afname van het marktaandeel van AB, maar hier is het effect een
verminderdetoegang tot een groot deel van de markt. In vergelijkbare zin heeft ook de HCC al overwogen in de beschikking:
‘.000 HL’, zodat 80 op de y-as staat voor 80.000 HL.
tolling, hetgeen een veelvoorkomend fenomeen in de bierbrouwerijwereld is en waar MTB ook eerdere ervaring mee had).
in EMTgeen deugdelijk vertrekpunt voor het counterfactual-volume, maar de feitelijke groei van MTB
in heel Griekenlandwel. MTB heeft ondanks de inbreuk vanaf 2005 een stijgende lijn in haar verkoop bereikt, waarbij weliswaar een belangrijk deel van de omzet in de EMT-regio werd behaald, maar een toenemend aandeel van de omzet daarbuiten. Hieruit kan worden afgeleid dat zij ondanks de beperkingen in de toegang tot de markt haar omzet wist uit te breiden door ‘
competition on the merits’. Het uitgangspunt dat die groei van het totale verkoopvolume van MTB in de counterfactual drie jaar eerder zou hebben plaatsgevonden acht de rechtbank gezien de aard, omvang en duur van de inbreuk en de waarschijnlijke effecten daarvan, zoals vooropgesteld in rov 5.42 e.v., wel aannemelijk en geen ‘aggressieve’ aanname. Daarbij gaat de rechtbank uit van scenario 1, omdat dit voor een beginnende brouwerij zoals MTB het meest waarschijnlijke wordt geacht.
heeftMTB ook steeds meer in andere delen van Griekenland haar bier afgezet. Zij heeft haar productie echter feitelijk vanaf 2011 beperkt tot 200.000 hectoliter (en zou dat stadium in het counterfactual-scenario al drie jaar eerder hebben bereikt) en de vraag of zij in de andere regio’s van Griekenland dan het EMT-gebied nog had kunnen groeien en in welke mate is vanaf dat moment niet meer van belang. Dat dit volume in de inbreukperiode is behaald, brengt mee dat ook zonder tv-reclame dit volume haalbaar was. Dat had dus drie jaar eerder ook gekund. Het verweer van AB en Heineken dat een grotere groei van MTB in de overige delen van Griekenland (buiten EMT) niet waarschijnlijk was omdat MTB daarvoor te weinig investeerde in reclame, behoeft gelet hierop geen verdere bespreking. De berekeningen van Oxera strekken zich niet uit tot een groter volume dan die 200.000 hectoliter.
AB en Heineken beroepen zich op het rapport van CRA, dat er van uitgaat dat het MTB niet meer dan een jaar kan hebben gekost om prijzen en kortingen jegens groothandelaren aan te passen wegens het seizoenskarakter van de biermarkt.
passing on-verweer, slaagt. AB en Heineken hebben namelijk gemotiveerd en met de prijsontwikkeling (5.65) onderbouwd toegelicht dat MTB daadwerkelijk deze accijnsverhoging heeft doorberekend aan haar klanten, zoals kennelijk ook gebruikelijk is in de biermarkt. Daarmee is ook de mogelijkheid van gedeeltelijke (beperkte) doorberekening, waar MTB nog (zonder nadere onderbouwing) op heeft gewezen, onaannemelijk. Voor zover de hogere prijs van bier van MTB verband houdt met de accijnsverhoging ontbreekt het causaal verband met de inbreuk. Dat betekent dat de counterfactual-prijs voor dat deel van de prijsverhoging niet tot uitgangspunt kan worden genomen bij de uiteindelijk te maken berekening van de misgelopen winst.
Het feit dat MTB haar gemiddelde korting op Vergina-bier in de jaren na het einde van de inbreuk in een periode van vier jaar stapsgewijs heeft kunnen verlagen (zie de onder 5.64 weergegeven grafiek) ondersteunt de gestelde nawerking. Al met al acht de rechtbank het door Oxera aangenomen nawerkingseffect aannemelijk.
Omdat MTB zich hierover nog niet specifiek heeft kunnen laten, zal zij daartoe alsnog in de gelegenheid worden gesteld, waarbij zij daartoe alleen in staat is als AB en Heineken (CRA) hun berekening eerst inzichtelijk maken. De rechtbank zal AB en Heineken daarom eerst bevelen op grond van artikel 22 Rv Pro de hiervoor bedoelde berekening nader toe te lichten op een wijze die het voor MTB (c.q. Oxera) mogelijk maakt de berekening te controleren. Vervolgens zal MTB de gelegenheid krijgen om daar bij akte op te reageren. Partijen dienen zich in hun akte tot dit punt te beperken en mogen bij hun akte geen andere producties voegen dan een rapport van hun deskundige. De maximale omvang van de akten inclusief productie is 10 pagina’s.
litigation interestis, ook volgens partijen, naar Grieks recht toewijsbaar. Litigation interest bestaat uit wettelijke rente (
default interest) en een verhoging van 2 procentpunt. Voor litigation interest stelt artikel 346 Grieks Pro BW de voorwaarde dat de dagvaarding is uitgebracht. Daar is in dit geval aan voldaan. Met het uitbrengen van de dagvaarding wordt meteen ook voldaan aan de voorwaarde die artikel 345 Grieks Pro BW stelt voor default interest, namelijk dat deze is
aangezegd.
aangezegd. Daaraan heeft MTB in de periode tot aan de dagvaarding niet voldaan. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om voor de periode tot aan de dagvaarding rentederving te vorderen ter vergoeding van investeringsverlies (vergelijkbaar met de voorheen ook in het Nederlands recht bekende rechtsfiguur van compensatoire interessen). Voor die mogelijkheid geldt dan wel de voorwaarde dat die schade wordt gesteld en zo nodig bewezen, maar daar heeft MTB niet aan voldaan.
Traficos Manuel Ferrer-arrest van het HvJEU [38] . Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende. Zoals al eerder in dit vonnis aan de orde is gekomen, is de kartelschaderichtlijn [39] in Griekenland geïmplementeerd met de ADA. Zoals volgt uit de preambule van de kartelschaderichtlijn, beoogt de richtlijn een effectieve uitoefening van het schadevergoedingsrecht te garanderen. In de preambule (onder 11) staat:
necessary for the conduct and defense of the case’ zijn aan te merken.
- Oxera Rapport d.d. 20 juli 2021
- tweede Oxera Rapport d.d. 19 maart 2025;
- rapport met de
- memorandum Oxera response toCRA d.d. 14 oktober 2025;
- voorbereiding van de mondelinge behandeling d.d. 11 november 2025;
- mondelinge behandeling zelf.
Consultancy services” of “
Consultancy fees” betreffen. Aan de hand van dergelijke algemene beschrijvingen kan niet worden beoordeeld welke concrete werkzaamheden Oxera heeft uitgevoerd. Onduidelijk is zelfs in hoeverre dergelijke werkzaamheden überhaupt betrekking hebben gehad op de onderhavige procedure.
Carlsberg work”. Onduidelijk is wat daar precies mee wordt bedoeld, waarbij gelet op deze omschrijving bepaald niet kan worden uitgesloten dat Oxera werkzaamheden heeft verricht in verband met een andere procedure bij de rechtbank Amsterdam, van Carlsbergs dochter Olympic Brewery tegen AB en Heineken.
Review of legal submission”, “
Review of CRA reports”, “
Oxera ‘s work on second expert report”, “
Skeleton and initial damages assessment” of “
Review BarentsKrans’ pleading notes.” Op het eerste gezicht lijkt aannemelijk dat deze werkzaamheden zien op de onderhavige procedures, maar ook deze beschrijvingen zijn onvoldoende specifiek om inzicht te geven in de concrete aard en omvang van de betreffende werkzaamheden.
6.De beslissing
- aan de zijde van AB en Heineken over hetgeen is overwogen in rov. 5.88,
- aan de zijde van MTB over hetgeen is overwogen in rov. 5.101,