Eiseres ontving een bijstandsuitkering die het college per 3 februari 2022 introk vanwege haar huwelijk. Zij maakte bezwaar tegen de terugvordering van te veel betaalde uitkering over de periode 3 februari 2022 tot 30 september 2022. De rechtbank oordeelt dat het college ten onrechte niet de feitelijke en juridische aard van de intrekking heeft beoordeeld, waardoor sprake is van een motiveringsgebrek.
Eiseres stelde dat zij duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot en verwees naar diverse uitspraken ter onderbouwing. De rechtbank overweegt dat duurzaam gescheiden leven slechts in uitzonderlijke gevallen vanaf het huwelijk geldt en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij en haar echtgenoot niet de intentie hadden om samen te wonen. De intrekking van de bijstandsuitkering is daarom op een deugdelijke feitelijke en juridische grondslag gebaseerd.
Eiseres voerde ook aan dat er dringende redenen zijn om terugvordering achterwege te laten, zoals psychische klachten en afhankelijkheid van familie, maar de rechtbank vindt deze omstandigheden onvoldoende onderbouwd. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen toezegging door het college is gedaan. De rechtbank vernietigt het besluit vanwege het motiveringsgebrek, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand, waaronder de terugvordering. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.