ECLI:NL:PHR:2025:349
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verval recht op akte en mondelinge behandeling in nalatenschapsverdeling
De zaak betreft een procedure over de verdeling van de nalatenschap van de moeder van partijen, waarbij het cassatieberoep zich richt op processuele beslissingen van het hof over het verval van het recht op het nemen van een akte en het recht op een mondelinge behandeling.
Na het hoger beroep heeft het hof bepaald dat partijen geen instructie hebben gegeven binnen de gestelde termijn, waardoor het recht op het vragen van een akte en een mondelinge behandeling is vervallen. Een verzoek van de zoon om alsnog een termijn voor het nemen van een akte werd afgewezen, en het hof wees vervolgens het eindarrest zonder nadere motivering over deze procesrechten.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft gehandeld conform het Landelijk procesreglement en art. 133 Rv Pro, waarbij het verval van het recht volgt indien proceshandelingen niet tijdig worden verricht en geen uitstel is verleend. Het cassatieberoep faalt omdat het verzoek om een mondelinge behandeling niet tijdig is gedaan en niet blijkt dat het hof dit verzoek heeft ontvangen. Ook de afwijzing van het akteverzoek is gerechtvaardigd omdat het recht op het nemen van een akte al was vervallen.
De Hoge Raad benadrukt dat rolbeslissingen die ingrijpen in rechten en belangen van partijen als einduitspraak gelden en dat motivering niet altijd schriftelijk hoeft te zijn, maar dat partijen de mogelijkheid hebben om een schriftelijke motivering te vragen. In deze zaak is daarvan geen gebruik gemaakt. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verval van het recht op akte en mondelinge behandeling wordt bevestigd.