2.3Het hof heeft de bewezenverklaring op een zogenaamde promis-wijze als volgt gemotiveerd (met weglating van de voetnoten):
“
Het standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat er voldoende bewijs is voor de poging tot doodslag.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat vrijspraak dient te volgen voor het aan verdachte ten laste gelegde. Zij heeft daartoe – kort gezegd – aangevoerd dat de door aangever gegeven signalementen vrij algemeen zijn, dat niet duidelijk is welk telefoonnummer bij wie in gebruik was en dat om deze redenen niet vastgesteld kan worden dat verdachte die nacht in Kampen is geweest. De raadsvrouw heeft ook aangegeven dat de rode Peugeot niet aan verdachte gelinkt kan worden. Ten aanzien van het DNA van verdachte dat op het mes is aangetroffen, heeft zij naar voren gebracht dat het mes een verplaatsbaar object betreft. Verdachte heeft dit wellicht ooit een keer vastgehouden, maar niet kan worden vastgesteld dat hij daar op 11 januari 2020 iemand mee gestoken heeft. Wat betreft de aanmerkelijke kans op de dood heeft de raadsvrouw aangevoerd dat we niets weten over de kracht waarmee gestoken is en dat in de letselverklaring geen conclusies zijn opgenomen over de kans op het overlijden. Derhalve kan niet geconcludeerd worden dat die aanmerkelijke kans heeft bestaan.
Inleiding
Op 11 januari 2020 tussen 01.40 uur en 01.50 uur heeft in Kampen in de binnenstad in de Sint Jacobstraat een geweldsincident plaatsgevonden waarbij [slachtoffer] gewond is geraakt. Het slachtoffer heeft door het geweld letsel opgelopen en is overgebracht naar het ziekenhuis in Zwolle.
Aangifte
Het slachtoffer heeft aangifte gedaan van poging tot diefstal met geweld dan wel poging tot afpersing dan wel poging tot doodslag, gepleegd op 11 januari 2020 te Kampen. Van het slachtoffer is later een uitgebreide verklaring opgenomen en daarin heeft hij verklaard dat hij door een steegje liep en dat er op een gegeven moment twee jongens aankwamen die zeiden “je spullen”. Toen het slachtoffer vroeg of ze het tegen hem hadden, zeiden de jongens “Je spullen NU” waarbij hij uit het niets een lachgastank tegen zijn kop aan kreeg. Toen hij op de grond lag, werd hij ook geschopt en later kwam hij er achter dat hij ook twee keer gestoken was. Volgens aangever heeft het incident in de Sint Jacobstraat plaatsgevonden, aan het einde van die straat, ter hoogte van de Burgwal. Op 10 maart 2020 is aangever nog een keer gehoord. Hij heeft toen verklaard dat hij die nacht van het voorval samen was met [getuige 1], dat zij richting de Burgwal liepen en dat er een paar jongens liepen. Hij zag ook [betrokkene 1] staan met zijn scooter naast een lachgasfles. Toen werd naar aangever geroepen dat hij zijn spullen moest geven en kreeg hij een klap met de lachgastank, waardoor hij op de grond viel. Toen hij op de grond lag, leek het net of hij een hele harde klap op zijn rug kreeg. Aangever is toen opgestaan en hard weggelopen. Hij struikelde nog over zijn eigen benen en viel weer op de grond. Toen hij op wilde staan, hoorde hij een sissend geluid van de lachgastank. Hij zegt dat hij werd aangevallen door twee negroïde jongens.
Letsel van aangever
Uit de aanvullende letselrapportage van de GGD IJsselland van 3 maart 2020 blijkt dat het slachtoffer, naast enkele bloeduitstortingen aan het hoofd, een drie centimeter lange steekwond op de linkerflank van de borst heeft opgelopen en een één centimeter lange steekwond op de rug. Wat betreft die laatste steekwond heeft de arts geconstateerd dat er onderhuidse luchtophoping zichtbaar is ter plaatse van de wond. Volgens de arts betekent het feit dat er onderhuidse Iuchtophoping is opgetreden dat er lucht is vrijgekomen vanuit de long of pleuraholte. Dit betekent dat de steekwond in ieder geval zodanig diep is geweest dat de punt van het stekende voorwerp de long heeft kunnen bereiken en raken. Volgens de arts zijn de wond op de rug en die op de flank ontstaan door niet al te scherp stekend of priemend geweld.
Forensisch onderzoek
In de nacht van het incident is op de stoep van de Burgwal te Kampen door de politie een zwart heft van een steakmes (SIN AAHJ4477NL) aangetroffen en in de Sint Jacobstraat te Kampen vond de politie een lemmet met een stukje van een zwart heft van een steakmes (SIN AAHJ4476NL) op straat.
Beide zijden van het heft zijn bemonsterd op epitheel en voorzien van SIN AAKD4462NL (rechterzijde van het heft) en SIN AAKD4464NL (linkerzijde van het heft).
Het bloed dat op het lemmet zat is ook door de verbalisant bemonsterd en voorzien van SIN AAKD4466NL (lemmet linkerzijde).
Daarnaast is ook de kleding die aangever droeg ten tijde van het incident onderzocht. Dat onderzoek wees uit dat er zowel steekgaten zaten in het voorpand als in het rugpand van de jas en de trui en dat die gaten passen bij de steekverwondingen van het slachtoffer.
Het NFI heeft de bemonsteringen onderworpen aan een DNA-onderzoek. Uit dat onderzoek blijkt dat op het heft (zowel aan de rechterzijde (AAKD4462NL#01) als aan de linkerzijde (AAKD4464NL#01)) een DNA-profiel is aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van verdachte, waarbij de kans dat dit DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van een onbekende persoon in beide gevallen kleiner is dan 1 op 1 miljard. Daarnaast is gebleken dat het DNA-profiel dat is aangetroffen op het lemmet (AAKD4466NL#01), matcht met het DNA-profiel van aangever, waarbij de kans dat dit DNA-profiel matcht met het DNA profiel van een onbekende persoon kleiner is dan 1 op 1 miljard.
Onderzoek van de Afdeling Werktuigsporen van de Forensische Opsporing naar het gevonden heft en lemmet heeft uitgewezen dat het souchedeel A, betreffende het zwarte kunststof heft van een steakmes (SIN AAHJ4477NL), oorspronkelijk één geheel heeft gevormd met het souchedeel B, betreffende een metalen lemmet met daaraan een afgebroken deel van een zwart kunststof heft van een steakmes (SIN AAHJ4476NL).
Getuigenverklaringen
Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten Diender en Borgmeier blijkt dat zij de nacht van het incident met de [getuige 1] hebben gesproken. Hij heeft de verbalisanten verteld dat er die avond een feestje was bij [betrokkene 2] (fonetisch) en dat er donkergekleurde mannen op dat feestje waren die vervolgens van een man op een scooter, die aan het einde van de Sint Jacobstraat bij de Burgwal stond, een gasfles met lachgas wilden kopen waarna een conflict ontstond. De mannen zouden een ripdeal hebben gepleegd op het slachtoffer, waarbij het slachtoffer werd neergestoken toen hij niets wilde geven. Tijdens de ripdeal liet iemand ook een gasfles leeglopen dat een hard sissend geluid maakte. Volgens de getuige renden de mannen daarna naar een rode Peugeot 106 die geparkeerd stond aan de Burgwal precies aan het einde van de Sint Jacobstraat.
De politie heeft ook gesproken met de [getuige 2]. Zij heeft verklaard dat zij op 11 januari 2020 op de kruising Broederstraat met de Burgwal te Kampen een hard sissend geluid hoorde. Toen zij die richting op keek, zag zij twee getinte personen en een andere persoon lopen. Toen het sissende geluid na vijftien seconden ophield, zag zij de twee getinte mannen richting een rode Peugeot lopen die op de Burgwal stond geparkeerd. Het betrof het kleinste model. Vervolgens is de Peugeot weggereden.
De rode personenauto
Naar aanleiding van de hiervoor genoemde getuigenverklaringen, waarin gesproken wordt over een rode personenauto waar de personen in zijn gestapt die betrokken zijn geweest bij het geweldsincident, is nader onderzoek verricht. [verbalisant] heeft daarover gerelateerd dat verdachte en zijn broer gebruikmaken van een rode Citroen C1 met [kenteken]. Het betreffende kenteken is sinds 2 januari 2020 op naam gesteld van de moeder van de verdachte. De verbalisant heeft het betreffende model vergeleken met het kleinste model van het merk Peugeot en heeft geconstateerd dat beide modellen grote overeenkomsten vertonen. Daarnaast blijkt uit zijn onderzoek dat met het genoemde voertuig (de Citroen C1) op 11 januari 2020 om 01.58 uur op de N50 ter hoogte van hectometerpaal 243.1 een snelheidsovertreding werd begaan en dat de boete werd betaald van het bankrekeningnummer dat toebehoort aan de ouders van de verdachte.
Onderzoek naar telefoongegevens
Er is daarnaast onderzoek gedaan naar de telefoonnummers die volgens het politiesysteem aan verdachte en zijn broer [betrokkene 3] gekoppeld kunnen worden. Het gaat om de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] en volgens de politie is het niet waarschijnlijk dat beide nummers bij dezelfde persoon in gebruik zijn. Uit onderzoek lijkt het waarschijnlijk dat het [telefoonnummer 2] bij [betrokkene 3] in gebruik is. Er is onderzoek gedaan naar het nummer in de periode tussen 1 januari 2020 en 1 maart 2020. Na het steekincident is er een aantal malen telefonisch contact geweest tussen het [telefoonnummer 2] en het nummer [telefoonnummer 3] welke in gebruik is bij [betrokkene 2]. Het toestel straalt op 10 januari 2020 vanaf 17.40 uur tot 20.38 uur de [zendmast] aan. Dit is de zendmast die het dichtst bij de woning van [betrokkene 3] is. Vanaf 20.39 uur tot 21.29 uur straalt het toestel diverse zendmasten in Zwolle aan. Om 22.46 uur straalt het toestel de zendmast aan de Wortmanstraat in Kampen aan. Tussen 10 januari 22.46 uur en 11 januari 01.27 uur straalt het toestel verschillende zendmasten aan in Kampen. De verbalisant merkt daarbij op dat de zendmasten alle zijn gericht richting het centrum van Kampen. Op 11 januari 2020 straalt het toestel om 02.54 uur en 02.59 uur de zendmast aan de Oude Dijk in Oldebroek aan. Pas om 10.08 uur straalt het toestel een andere zendmast aan in Zwolle.
Van het [telefoonnummer 1], waarvan de politie aangeeft dat het kennelijk in gebruik is bij verdachte, stelt de politie vast dat daarmee veelvuldig de twee zendmasten die richting de woning van verdachte in [plaats] gericht staan worden aangestraald tijdens de voor nachtrust bestemde tijd. Daarnaast heeft het nummer regelmatig contact met het telefoonnummer dat toebehoort aan de moeder van het zoontje van verdachte en met het nummer dat de politie koppelt aan de broer van verdachte, [betrokkene 3].
Het [telefoonnummer 1] heeft op 8 januari 2020 en 4 februari 2020 ook diverse malen telefonisch contact gehad met het [telefoonnummer 3], welk nummer in gebruik is bij [betrokkene 2].
Wat betreft de nacht van 10 op 11 januari 2020 blijkt uit onderzoek dat het toestel met het [telefoonnummer 1] tussen 19.27 uur en 22.27 uur diverse verschillende zendmasten in Zwolle aanstraalt en dat het tussen 22.57 uur en 11 januari 2020 00.45 uur verschillende zendmasten in Kampen aanstraalt. En om 01.57 uur straalt het toestel de zendmast aan de Rijksweg N50 in Zalk aan.
De verbalisant heeft daarbij opgemerkt dat de reisduur van de plaats delict op de Burgwal, waar rond 01.47 uur het steekincident zou hebben plaatsgevonden, tot aan de zendmast aan de Rijksweg N50 in Zalk volgens Google.maps bij normale drukte en normale snelheid 14 minuten betreft. Volgens de verbalisant staat de zendmast aan de Rijksweg N50 in het buitengebied en heeft deze daarom een groter zendbereik dan een zendmast in de bebouwde kom. Het is dus niet uit te sluiten dat het toestel dat om 01.57 uur de zendmast aan de Rijksweg N50 in Zalk aanstraalde, ten tijde van het steekincident om 01.47 uur op de Burgwal in Kampen is geweest. Vanaf 02.15 uur straalde het toestel de zendmast aan de Oude Dijk in Oldebroek aan en om 11.40 uur een zendmast in Zwolle.
Verklaringen van de verdachte
Verdachte heeft zich zowel tijdens het verhoor door de politie als tijdens de terechtzitting in eerste aanleg, als tijdens de terechtzitting in hoger beroep wat betreft de zaaksinhoudelijke vragen op zijn zwijgrecht beroepen.
Het oordeel van het hof
Op grond van de hierboven weergegeven feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien is het hof van oordeel dat verdachte degene is geweest die het slachtoffer twee keer met een mes heeft gestoken.
De omstandigheid dat op het mes waar het slachtoffer mee gestoken blijkt te zijn DNA van verdachte is aangetroffen, is dermate belastend voor verdachte dat van hem op dit punt een verklaring mag worden verwacht. Het hof stelt vast dat verdachte in reactie op de aan hem gestelde zaaksinhoudelijke vragen, ondanks daartoe uitdrukkelijk in de gelegenheid te zijn gesteld, op geen enkel punt heeft willen reageren in zijn verhoren en dat hij dus geen aannemelijke verklaring heeft gegeven of willen geven voor de aanwezigheid van zijn DNA op het mes. De enkele stelling van de raadsvrouw dat het mes een verplaatsbaar object is en dat er meerdere scenario’s denkbaar zijn voor het aantreffen van het DNA op het mes is in dit verband als verklaring onvoldoende.
Daar komt bij dat de telefoon die door de politie aan verdachte gekoppeld wordt, in de nacht van het incident verschillende zendmasten in Kampen heeft aangestraald. Bovendien is een soortgelijk voertuig als dat van de moeder van verdachte door meerdere getuigen op de plaats delict gezien. Het betreffende voertuig is direct na het steekincident weggereden. Dat de getuigen met betrekking tot dit voertuig spreken over een roodkleurige Peugeot terwijl de auto van de moeder van verdachte een rode Citroen C1 is, maakt naar het oordeel van het hof niet dat de verklaringen over de rode auto die direct na het steekincident is weggereden geen bewijs tegen verdachte oplevert. Het hof stelt op basis van het proces verbaal van [verbalisant] vast dat de auto die ten tijde van het steekincident is gezien en de auto van de moeder van verdachte sterk op elkaar lijken. Naar het oordeel van het hof is voorstelbaar dat de getuigen zich in de benaming van het type auto hebben vergist, zodat het hof ervan uitgaat dat beide genoemde auto’s in werkelijkheid dezelfde auto betreffen. Het hof wordt in deze conclusie gesterkt door het feit dat met de auto van de moeder van verdachte op 11 januari 2020 om 01.58 uur een snelheidsovertreding is begaan op de N50 en dat de boete daarvoor met het rekeningnummer van de ouders van verdachte is betaald. Bovendien blijkt uit hetgeen de verbalisant heeft vastgesteld met betrekking tot de afstand van de plaats delict tot aan de zendmast op de N50 dat het tijdstip van het aanstralen van deze zendmast en het tijdstip van het steekincident, mede gelet op de flinke snelheid waarmee de auto van de moeder van verdachte blijkens de gemeten snelheidsovertreding op de N50 heeft gereden, met elkaar kunnen rijmen.
De volgende vraag die het hof dient te beantwoorden is of verdachte met het steken van het slachtoffer de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij zou komen te overlijden. Het hof leidt uit de letselverklaring af dat het slachtoffer een drie centimeter lange steekwond op de linkerflank van de borst heeft opgelopen en een één centimeter lange steekwond op de rug. De arts heeft geconcludeerd dat er door de steekwond op de rug een onderhuidse luchtophoping is opgetreden en dat lucht is vrijgekomen vanuit de long of pleuraholte. Volgens de arts is de steekwond zodanig diep geweest dat de punt van het stekende voorwerp de long heeft kunnen bereiken en raken.
Net als de rechtbank is het hof van oordeel dat verdachte het mes met enige kracht in het lichaam van het slachtoffer moet hebben gestoken. Het hof betrekt daarbij de omstandigheid dat volgens de arts de wonden zijn ontstaan door niet al te scherp stekend of priemend geweld, in combinatie met het feit dat verdachte door zijn jas en trui is gestoken en dat het mes is afgebroken. Het is een feit van algemene bekendheid dat zich in het bovenlichaam van een persoon vitale organen bevinden, zoals het hart en de longen, en dat een verwonding daaraan tot de dood van een persoon kan leiden. Nu het een algemene ervaringsregel betreft, moet ook verdachte geacht worden daarvan op de hoogte te zijn geweest. Uit de omstandigheid dat verdachte er desondanks voor heeft gekozen om het slachtoffer tweemaal in het bovenlichaam te steken, blijkt dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer zou overlijden.”