Conclusie
Nummer21/04065 P
eerstemiddel bevat de klacht dat het hof een feit waarvan de betrokkene in de strafzaak (partieel) is vrijgesproken ten grondslag heeft gelegd aan de schatting van het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel. Voordat ik dit middel bespreek, geef ik ’s hofs overwegingen in de bestreden uitspraak en passages uit het vonnis in de strafzaak weer.
’s Hofs overwegingen en passages uit het vonnis in de hoofdzaak
Schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel
De tenlastelegging
De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan ten aanzien van feit 3.
De bewezenverklaring
Oplegging van straf en/of maatregel
DE UITSPRAAK
Bespreking van het eerste middel
Geerings tegen Nederlandeen rol. [5] Uw Raad leidt uit die uitspraak af dat art. 6, tweede lid, EVRM zich verzet tegen het ontnemen van voordeel, verkregen door feiten waarvan de betrokkene is vrijgesproken. [6] Die regel geldt in beginsel ook bij deelvrijspraken die meebrengen dat het bewezenverklaarde slechts op een deel van het tenlastegelegde betrekking heeft. [7]
Bespreking van het tweede middel
tweedemiddel bevat de klacht dat het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn is geschonden aangezien de stukken van het geding niet binnen acht maanden nadat het cassatieberoep is ingesteld op de griffie van de Hoge Raad zijn ontvangen.