Conclusie
Nummer20/01951
Inleiding
Eerste middel
opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door middel van bijvoorbeeld één of meer kopsto(o)t(en) en/of schoppen/trappen tegen het hoofd.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof ’s-Hertogenbosch veroordeeld wegens mishandeling van twee slachtoffers waarbij zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, en het onbruikbaar maken van een camera. Het hof legde een gevangenisstraf van negen maanden op, waarvan drie voorwaardelijk, en een contactverbod van drie jaar. De verdachte stelde in cassatie drie middelen aan de orde: klachten over de strafmotivering en het gebruik van LOVS-oriëntatiepunten, de kwalificatie van meerdaadse samenloop in plaats van voortgezette handeling, en het gebruik van een schriftelijk stuk van een benadeelde partij als bewijs.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht aansluiting zocht bij LOVS-oriëntatiepunten voor zware mishandeling vanwege de ernst en aard van de mishandelingen, ondanks dat het bewezenverklaarde feit eenvoudige mishandeling betrof. De strafmotivering was begrijpelijk en niet onredelijk. De klacht over de meerdaadse samenloop faalde omdat het strafmaximum daardoor niet veranderde. Het gebruik van de brief van de ergotherapeut als bewijs was geoorloofd omdat deze aan het strafdossier was toegevoegd conform art. 51b Sv. Alle middelen faalden en het cassatieberoep werd verworpen.
De uitspraak benadrukt de ruime beoordelingsvrijheid van de feitenrechter bij strafoplegging, de beperkte toetsing in cassatie van strafmotivering en de mogelijkheid om processtukken van benadeelden als bewijs te gebruiken mits correct toegevoegd aan het dossier.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de opgelegde gevangenisstraf van negen maanden, waarvan drie voorwaardelijk, blijft in stand.