Conclusie
Unilever)
Ablynx)
1.De feiten
Arrest). [1] Het tegen het Arrest ingestelde cassatieberoep is op 2 februari 2018 door de Hoge Raad verworpen. [2] Naar aanleiding van (de voorbereiding van) een (voorlopig) getuigenverhoor waar na het Arrest door Ablynx om was verzocht in het kader van een aanhangig te maken inbreuk- en schadevergoedingsprocedure, heeft Unilever gevorderd dat het Arrest wordt herroepen. Deze herroepingsprocedure [3] is op verzoek van Unilever geschorst. Het ging in de procedure die heeft geleid tot het Arrest om de volgende feiten. [4]
VUB). VUB heeft octrooibescherming aangevraagd en verkregen, onder meer in Europa en de Verenigde Staten. De octrooifamilie voor de zware-keten antilichamen uit kameelachtigen, voor de VHH fragmenten hiervan, en voor de hiervan afgeleide nanobodies wordt aangeduid als de Hamers octrooifamilie (hierna:
Hamers-octrooien). De Hamers-octrooien omvatten op het moment van dagvaarden in eerste aanleg meer dan 100 octrooiaanvragen en verleende octrooien wereldwijd, waaronder tien verleende octrooien in de Verenigde Staten, vier hangende octrooiaanvragen in de Verenigde Staten en vijf verleende octrooien in Europa.
EP 013). De geldingsduur van dit octrooi is op 18 augustus 2013 verstreken. EP 013 claimt een werkwijze voor het genereren van zware-keten antilichamen of van hun VHH fragmenten, nucleotide sequenties, vectoren, en DNA-bibliotheken. Paragraaf I, laatste zin, van de beschrijving van EP 013 luidt: “
Such immunoglobulins can be used for several purposes, especially for diagnosis or therapeutical purposes including protection against pathological agents or regulation of the expression or activity of proteins.”
BAC) is een onderneming die zich toelegt op het exploiteren van rechten van intellectuele eigendom.
Unilever Licentie). BAC heeft onder de zogenoemde ‘Variation and Novation Agreement’ een niet-exclusieve wereldwijde licentie van VUB verkregen voor de exploitatie van de Hamers-octrooien, met het recht tot het verlenen van sublicenties, beperkt tot de volgende producten en sectoren:
Gereserveerde Sector)
Additionele Gebied).
VIB) in september 1998 een exclusieve wereldwijde onbeperkte licentie op de Hamers-octrooien voor alle toepassingsterreinen, met uitzondering van de Gereserveerde Sector, verleend (hierna: de
VIB Licentie). Dit is herhaald in het in juni 2001 tussen VUB en VIB afgesloten addendum bij de VIB Licentie (hierna: het
VIB Addendum).
Ablynx Licentie). Het ‘Toepassingsgebied’ is daarin als volgt omschreven:
Anti-Rotavirus Protein Reduces Stool Output in Infants with Diarrhea: a Randomized Placebo Controlled Trial, Gastroenterology (2013), doi: 10.1053/j.gastro.2013.06.053 (Accepted Manuscript)).
and its therapeutic efficacyin children with rotavirus diarrhea (Part-II)”
VHsquared), een sublicentie verleend voor de Gereserveerde Sector.
2.Het procesverloop
hof) verzocht een voorlopig getuigenverhoor te bevelen, alsmede Ablynx op de voet van art. 843a Rv te bevelen afschrift te verstrekken van enkele stukken. Ablynx heeft op 8 november 2019 een verweerschrift ingediend. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 februari 2020.
Beschikking) heeft het hof, zakelijk weergegeven: [6] het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor afgewezen; zich onbevoegd verklaard om van de art. 843a Rv-vordering kennis te nemen; Unilever veroordeeld in de proceskosten; deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard; en het meer of anders gevorderde afgewezen. [7]
3. Het geschil
4.De beoordeling
Unilever wants to market a range of healthy food products in the developing countries (Anapoura range)”.
by or on behalf of’ Unilever Research in Vlaardingen en in Colworth (UK) (overigens in samenwerking met verschillende derden), zou hebben moeten begrijpen dat er door Unilever ten behoeve van dat onderzoek VHH’s werden vervaardigd in Nederland of Engeland, én dat dit vervolgens ook bij VUB bekend is geworden, dat dan het uitblijven van een reactie daarop van VUB, in het licht van het feit dat dit rotavirus-onderzoek werd gedaan met het oog op het op de markt brengen van de gezonde levensmiddelen uitsluitend in Azië, waarbij dan tevens verwacht mocht worden dat de productie daarvan ook in Azië zou plaatsvinden, van zodanig weinig gewicht is - omdat de Hamers-octrooien daar niet van kracht waren - dat dit niet had kunnen afdoen aan het op de duidelijke totstandkomingsgeschiedenis gebaseerde oordeel van het hof over de reikwijdte van de Unilever Licentie. Ook dan zou dit postcontractuele gedrag geen grond kunnen zijn voor herroeping.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
hoogstwaarschijnlijkzal worden afgewezen. [36] Volgens mijn ambtgenoot A-G De Bock legt dit criterium de lat nog te hoog en zou
evidentmoeten zijn dat de vordering in de hoofdzaak niet kan slagen. [37] Dit laatste strookt mijns inziens meer met het uitgangspunt dat de merites van de vordering in de hoofdzaak niet ter toetsing voorliggen. Over de niet-toewijsbaarheid van de vordering moet redelijkerwijs geen discussie mogelijk zijn, wil het verzoek stranden op gebrek aan belang. [38] ”
ook indien Ablynx uit het enkele feit dat in de presentatie is vermeld[...]
had moeten begrijpen dat er door Unilever[...]
VHHs werden vervaardigd in Nederland[...]". Dat lijkt te suggereren dat het hof in rov. 4.3 t/m 4.8 slechts zou hebben overwogen dat niet is komen vast te staan dat Ablynx wist dat Unilever in Nederland relevante handelingen verrichtte. In rov. 4.3 t/m 4.8 overweegt het hof echter dat vast staat dat Unilever géén relevante handelingen in Nederland verrichtte. Het oordeel is dus innerlijk tegenstrijdig.”