Conclusie
1.Partijaanduiding, feiten en procesverloop
‘discounted cashflow’. Op basis hiervan kwam [deskundige 2] uit op een waarde van fl. 3.244.710,– (€ 1.472.385,–) voor de helft van de aandelen. Na vermeerdering van dit bedrag met de margederving als bedoeld in artikel 10 lid 6 van Pro de joint venture-overeenkomst en management fees kwam [deskundige 2] in totaal uit op fl. 6.434.594,– (€ 2.919.891,–).
intrinsieke waarde op basis van het zichtbaar eigen vermogen van de vennootschap, vermeerderd met eventuele stille reserves in de aanwezige activa en uitgaande van de going concern waarde’en kwam op die basis voorlopig (onder voorbehoud van de definitieve jaarstukken 2001) uit op een waarde van fl. 843.089,– (€ 382.577,–) voor de aandelen. [deskundige 1] achtte in dat stadium verder onderzoek nodig naar het bestaan van margederving.
bargaining power(deskundigenbericht van 8 april 2009) heeft het hof Cehave in zijn eindarrest van 22 december 2009 in de andere zaak veroordeeld tot betaling aan Franklin van een bedrag van € 1.657.240,99 (fl. 3.636.480,–), vermeerderd met rente. Dit schadebedrag bestaat uit de volgende schadeposten (rov. 12.15 van het eindarrest van 22 december 2009): fl. 1.416.480,– (margederving en verlies aan bargaining power), fl. 1.400.000,– (inkomstenderving ter zake winstaandeel), fl. 612.000,– (management fees) en fl. 208.000,– (kantoorhuur).
per enige door het hof te bepalen datum;
per enige door het hof te bepalen datum, en (subsidiair) als ingangsdatum van de wettelijke rente bepalen
de datum waarop de aandelen zijn gewaardeerd althans de dag van het nemen van de memorie van grieven;
Cehave tevens veroordelen tot terugbetaling aan Franklin van de proceskostenveroordeling uit hoofde van het bestreden vonnis van 20 juni 2012 van € 9.975,–
die Franklin aan Cehave heeft voldaan, te vermeerderen met rente.
2.Bespreking van het principale cassatiemiddel
[…] c.s./Staat [20] , en vervolgens in de beschikkingen van 22 december 2017 [21] en (onder meer) in zijn arrest van 17 april 2020 [22] regels geformuleerd die in acht moeten worden genomen indien wordt afgeweken van de hoofdregel dat een aan de beslissing voorafgaande mondelinge behandeling die mede tot doel heeft dat de rechter partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten, in beginsel dient plaats te vinden ten overstaan van de drie rechters of raadsheren die de beslissing zullen nemen. De Hoge Raad heeft omtrent de (procedure)regels het volgende overwogen: [23]
[…] c.s./Staatomschreven strekking van het onmiddellijkheidsbeginsel, die tot de hierboven beschreven procedureregels leidt. Die strekking is dat een rechterlijke beslissing die mede wordt genomen op de grondslag van een voorafgaande mondelinge behandeling, in beginsel behoort te worden gegeven door de rechter(s) ten overstaan van wie die mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden om te waarborgen dat het verhandelde daadwerkelijk wordt meegewogen bij de totstandkoming van die beslissing. [24]
die mede wordt genomen op de grondslag van een voorafgaande mondelinge behandeling. Dat is dan ook de ratio van de (procedure)regels. Met andere woorden: er moet een verband zijn tussen de uiteindelijke beslissing en datgene wat tijdens de daaraan voorafgaande mondelinge behandeling aan de orde is gekomen.
uitsluitendde hierboven onder (iii) opgenomen vraag (en om te bezien of een regeling mogelijk is).
anderestellingen dan stellingen met betrekking tot de hierboven onder (iii) opgenomen vraag (zie hierboven onder 2.9). Dat wordt overigens ook niet door onderdeel 1 betoogd.
onderdeel 3 [38] in het lot daarvan en dient het principale cassatieberoep te worden verworpen.