Conclusie
1.Inleiding en procesverloop
2.Juridisch kader
Volgens marktpartijen en de ACM is een direct gevolg van de Warmtewet dat het gebruik van correctiefactoren (dan wel reductie- of verdelingsfactoren) op grond van de Warmtewet niet meer mogelijk is. De reden hiervoor is dat in de wet is opgenomen dat er bij een kostenverdeelsystematiek (bij afwezigheid van een individuele warmtemeter of individuele warmtekostenverdelers) van een zo nauwkeurig mogelijke benadering van het werkelijke aandeelvan het verbruik van een verbruiker wordt uitgegaan, voor zover dat technisch dan wel financieel mogelijk is.
Ik ben gelet op het bovenstaande voornemens om deze mogelijkheid alsnog in de wet op te nemen.” [onderstrepingen toegevoegd; A-G]
“waar mogelijk, vooruitlopend op de wijziging van de wet- en regelgeving, bij de handhaving van de Warmtewet alvast rekening te houden met de in de brief van 7 juli jl. opgenomen wijzigingen en nadere interpretatie van de Warmtewet”. Dit betrof onder meer het toestaan van correctiefactoren voor transportleidingen.
Het niet toestaan van correctiefactoren voor de ligging van de woning en transportleidingen zal er vooral bij oude, niet geïsoleerde woningen toe leiden dat de energierekening significant hoger of lager zal zijn dan vóór de inwerkingtreding van de Warmtewet. Dit kan naar mijn mening tot onredelijke situaties leiden.
Dit kan in deze situaties ook gevolgen hebben voor de leveringszekerheid, omdat leveranciers in financiële problemen kunnen komen.
Immers, warmteverliezen in transportleidingen mogen zonder correctiefactoren nietdoorberekend worden aan de klant, hetgeen vóór de inwerkingtreding wel de praktijk was. Aangezien wordt beoogd om in de nieuwe Warmtewet correctiefactoren wel toe te staan, zullen deze gevolgen slechts van tijdelijke aard zijn. Dit zal tot veel onrust onder verbruikers en leveranciers leiden.
Individueel verbruik van een verbruiker dat is gemeten door middel van een individuele meter, warmtekostenverdelers of een warmtekostenverdeelsystematiek geeft in de praktijk niet altijd accuraat het warmteverbruik van de verbruiker weer wanneer de verbruiker woont in een appartementengebouw.Een appartement op de hoek van de bovenste etage van een gebouw verbruikt meer warmte dan een woning die gelegen is op de middelste etage van een gebouw. Ook wanneer er door een woning transportleidingen lopen leidt leidingverlies er in de praktijk toe dat, wanneer de buurman aan het stoken is, naastgelegen woningen via muren, vloeren en plafonds verwarmd worden, zonder dat zij hiervoor hun radiatoren hoeven aan te zetten.
Na inwerkingtreding van de Warmtewet is gebleken dat met name in bestaande bouw, en dan in het bijzonder in oudere bestaande bouw, het individueel verbruik van woningen niet voldoende accuraat wordt weergegeven door de gegevens over het individueel verbruik. Zoals hierboven is opgemerkt profiteren centraal gelegen woningen van het stookgedrag van hun buren en stoken laag en hooggelegen woningen extra, maar zijn zij niet de enige die van dit stookgedrag profiteren. In bestaande bouw blijkt het bovendien, mede als gevolg van het niet langer toestaan van het gebruik van correctiefactoren, voor gebouweigenaren moeilijk te zijn om de noodzakelijke isolatiemaatregelen te treffen. Besluitvorming over de isolatie van het gebouw en de daarin gelegen transportleidingen is in appartementengebouwen doorgaans een beslissing die moet worden genomen door de vereniging van eigenaars en is een beslissing die aanzienlijke kosten met zich brengt. Woningeigenaren die, als gevolg van het niet langer mogen toepassen van correctiefactoren, minder warmtekosten betalen zijn daarbij vaak niet bereid om mee te betalen aan deze kosten omdat deze maatregelen voor hen geen of juist een negatief effect hebben. Een ander gesignaleerd knelpunt is dat huurders van gereguleerde woningen vaak weinig keuze hebben bij het huren van een woning en de factor van het warmteverbruik van de woning niet goed zelf kunnen beïnvloeden.
variabelewarmtekosten 65% onder de bewoners te verdelen op basis van de warmtekostenverdeelmeters en 35% gelijkelijk onder de bewoners te verdelen. [48] Elan stelt voorts dat zij zonder correctiefactoren 100% van haar kosten zal verdelen over de verbruikers. [49] Voor Elan speelt blijkens deze stellingen dus niet dat correctiefactoren nodig zijn om uit de kosten te kunnen komen. Het gaat, zo begrijp ik, uitsluitend om de vraag op welke wijze de kosten worden verdeeld.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1(met subonderdelen 1.1 - 1.4) bestrijdt het oordeel dat de Warmtewet het gebruik van correctiefactoren in de hier relevante periode niet heeft toegestaan (rov. 3.6).
Onderdeel 2betreft de bekrachtiging van de veroordeling van Elan tot betaling van EUR 328,57 (rov. 3.10).
Onderdeel 3(met subonderdelen 3.1 en 3.2) bestrijdt de verwerping van het betoog van Elan dat toepassing van de Warmtewet op het punt van de correctiefactor in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (rov. 3.8).
Onderdeel 4bevat slechts een voortbouwende klacht.
onderdeel 1.1is onjuist het oordeel dat sinds de inwerkingtreding van de Warmtewet op 1 januari 2014 als uitgangspunt geldt dat het gebruik van correctiefactoren niet is toegestaan. Daartoe wordt in de eerste plaats betoogd dat uit de bepaling in art. 8a lid 3 Warmtewet dat de kostenverdeelsystematiek uit gaat van “een binnen de technische en financiële mogelijkheden zo nauwkeurig mogelijke benadering van het werkelijke aandeel van het verbruik van de individuele verbruiker” volgt dat het toepassen van correctiefactoren juist wél is toegestaan. Het werkelijke aandeel van een verbruiker in het totale verbruik wordt niet alleen bepaald door de warmte die via de radiatoren wordt afgenomen, maar ook door de altijd warme transportleidingen die overal door (de woningen in) het flatcomplex lopen. In de tweede plaats betoogt het onderdeel dat met art. 8a Warmtewet is beoogd aansluiting te zoeken bij de EED en dat deze richtlijn het gebruik van correctiefactoren niet uitsluit.
.
niet nodig” zou zijn geweest indien deze het gebruik van correctiefactoren reeds toestond. [68] Volgens het onderdeel miskent het hof dat de wetswijziging waarbij het huidige art. 8a lid 5 Warmtewet is ingevoerd slechts de strekking heeft om de per 1 januari 2014 in werking getreden wet te verduidelijken en dat bijgevolg aan die verduidelijking geen terugwerkende kracht behoeft te worden toegekend. [69] Subsidiair is volgens het onderdeel onbegrijpelijk waarom uit het ontbreken van een uitdrukkelijke bepaling dat het gebruik van correctiefactoren is toegestaan en het per 1 juli 2019 opnemen van zodanige bepaling in de wet, volgt dat sinds de inwerkingtreding van de Warmtewet op 1 januari 2014 als uitgangspunt heeft gegolden dat het gebruik van correctiefactoren niet was toegestaan.
onder andere”.
alle warmtekosten (100%) onder de bewoners worden verdeeld op basis van de op de radiatoren geplaatste warmtekostenverdelers” (memorie van grieven onder 40) en (ii) dat deze verdeelwijze (zonder correctiefactor) ertoe leidt dat het bedrag dat [verweerder] over de periode 1 juni 2014 t/m 31 mei 2015 verschuldigd is niet EUR 838,04 is, maar EUR 767,76 (memorie van grieven onder 41). Deze stellingen laten zich volgens de klacht niet anders verstaan dan dat in het geval dat de Warmtewet het gebruik van correctiefactoren niet heeft toegestaan en [verweerder] ’ afrekeningen daarom opnieuw berekend moeten worden (zonder gebruik van de correctiefactor) [verweerder] over de periode 1 juni 2014 t/m 31 mei 2015 niet EUR 179,10 terugkrijgt, maar slechts EUR 70,28. [73]
onderdeel 3.1is dit oordeel onjuist. Indien de Warmtewet heeft bepaald dat het gebruik van correctiefactoren niet is toegestaan, dan is volgens dit onderdeel het toepassen van die bepaling in dit geval wél onaanvaardbaar op grond van de omstandigheden: (i) dat de per 1 januari 2014 in werking getreden Warmtewet onduidelijk was over de vraag of correctiefactoren zijn toegestaan, (ii) dat de minister deze onduidelijkheid al in zijn kamerbrief van 7 juli 2014 als een knelpunt heeft aangemerkt, (iii) dat de minister bij brief van 1 oktober 2014 de ACM heeft verzocht bij de handhaving alvast rekening te houden met een voorgenomen wetswijziging waardoor correctiefactoren zullen zijn toegestaan, (iv) dat de minister bij brief van 1 juli 2015 de ACM in overweging heeft gegeven om de toepassing van correctiefactoren te gedogen, en (v) dat sinds 1 juli 2019 de Warmtewet bepaalt dat het gebruik van correctiefactoren onder voorwaarden is toegestaan. Volgens het onderdeel blijkt hieruit dat sprake is van slordige wetgeving die de minister vrijwel direct na inwerkingtreding van de wet heeft willen corrigeren.
Onderdeel 4bouwt voort op de voorafgaande middelonderdelen en behoeft daarom geen bespreking. Het cassatieberoep dient te worden verworpen.