Uitspraak
gevestigd te Haarlem,
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
12 maart 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Elan Wonen en een huurder over de toepassing van correctiefactoren bij de berekening van kosten voor warmtelevering via blokverwarming in de periode 2014-2019.
De huurder vorderde dat Elan niet meer mocht rekenen dan de door de ACM vastgestelde maximumprijzen, zonder toepassing van correctiefactoren zoals kosten voor leidingafgifte. Zowel de kantonrechter als het hof Amsterdam hadden de vorderingen toegewezen en geoordeeld dat correctiefactoren niet zijn toegestaan sinds de inwerkingtreding van de Warmtewet in 2014.
De Hoge Raad stelt echter dat de Warmtewet 2014 het gebruik van correctiefactoren niet uitsluit en dat dit in lijn is met de EED-richtlijn en de wetsgeschiedenis. De minister en branchevereniging Aedes hebben na 2014 ook aangegeven dat correctiefactoren gewenst zijn. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak door naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.
De uitspraak benadrukt dat correctiefactoren bijdragen aan een nauwkeurige en rechtvaardige kostenverdeling bij blokverwarming en strookt met het verbod op ongerechtvaardigd onderscheid tussen verbruikers. De huurder wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak door naar het hof Den Haag, oordelend dat correctiefactoren onder de Warmtewet 2014 niet zijn uitgesloten.