ECLI:NL:HR:2012:BW5695
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Beperkende werking redelijkheid en billijkheid op vervaltermijn bij ontslag op staande voet
De zaak betreft het ontslag op staande voet van een werknemer van ABN AMRO die leed aan schizofrenie. De werknemer werd in maart 2004 ontslagen terwijl hij arbeidsongeschikt was en niet in staat was tijdig beroep te doen op de vernietigingsgrond van art. 9 lid 1 BBA Pro. ABN AMRO beriep zich op de vervaltermijn van zes maanden uit art. 9 lid 3 BBA Pro, maar het hof oordeelde dat dit beroep naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was.
De Hoge Raad bevestigt dat de vervaltermijn in beginsel strikt moet worden toegepast ter bescherming van de werkgever, maar dat in uitzonderlijke gevallen, zoals hier waarin de werknemer ernstig ziek was en niet in staat was tijdig te reageren, de redelijkheid en billijkheid het onaanvaardbaar maken om de vervaltermijn toe te passen. De Hoge Raad verwerpt het beroep van ABN AMRO en vernietigt het hofarrest deels, verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat een eisvermindering niet kan worden aangenomen uit een mondelinge verklaring ter comparitie zonder dat dit bij conclusie of akte is vastgelegd. De Hoge Raad veroordeelt ABN AMRO in de proceskosten en bevestigt hiermee de beschermende werking van redelijkheid en billijkheid bij toepassing van vervaltermijnen in arbeidsrechtelijke ontslagzaken.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de vervaltermijn van art. 9 lid 3 BBA door redelijkheid en billijkheid kan worden beperkt, waardoor het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is en de arbeidsovereenkomst blijft voortbestaan.