Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
[betrokkene 8] en
[betrokkene 8] en
[betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en [betrokkene 6] zich bevonden is aangereden en gebotst,
3.Beslissing
29 januari 2019.
Hoge Raad
Op 30 december 2015 veroorzaakte de verdachte een ernstig verkeersongeval op de A2 bij Maarssen, waarbij één persoon overleed en meerdere anderen zwaar lichamelijk letsel opliepen. Verdachte reed met zeer hoge snelheid (gemiddeld 217 km/u, piek 237 km/u) onder invloed van amfetamine en THC en vertoonde zeer onoplettend, onachtzaam en onvoorzichtig rijgedrag.
Psychiatrisch onderzoek toonde aan dat verdachte ten tijde van het ongeval in een psychose verkeerde veroorzaakt door het gebruik van amfetamine ('speed') de avond ervoor. De verdediging voerde aan dat verdachte daardoor ontoerekeningsvatbaar was en vrijspraak moest krijgen. Het hof oordeelde echter dat de keuze om amfetamine te gebruiken volledig vrijwillig was, verdachte wist dat het een harddrug was en dat de gevolgen van het gebruik niet konden worden toegerekend aan ontoerekeningsvatbaarheid.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en herhaalt dat schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro 1994 kan worden bewezen ondanks psychose door vrijwillige zelfintoxicatie. Het hof heeft het oordeel dat verdachte schuld heeft aan het ongeval voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk geacht. Het beroep in cassatie wordt verworpen.
De uitspraak benadrukt dat het gebruik van een middel waarvan de effecten op de psyche gevaarlijk kunnen zijn, zonder zich te verdiepen in de mogelijke gevolgen, leidt tot schuld aan de gevolgen van het gedrag, ook als de strafbare feiten tijdens een psychose worden gepleegd. Dit arrest sluit aan bij eerdere jurisprudentie over schuld en ontoerekeningsvatbaarheid bij verkeersdelicten onder invloed.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt schuld van verdachte aan dodelijk verkeersongeval ondanks psychose door vrijwillig amfetaminegebruik.