1.1In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten die het hof in het arrest van 14 mei 2019onder 2 heeft vermeld.
(i) In opdracht van [koper 1] en [koper 2] (hierna ook: [de kopers] ) heeft [A] B.V., handelend onder de naam [B] , op 2 juli 2004 een taxatierapport uitgebracht met betrekking tot een perceel grond met opstallen gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats] , groot 76 are en 85 centiare, waaronder een als verblijf ingerichte stal/chalet (hierna ook: het perceel). Het rapport vermeldt als datum van opname en inspectie 3 mei 2004, een onderhandse verkoopwaarde vrij van huur en gebruik van € 185.000 en een executiewaarde, ook vrij van huur en gebruik, van € 165.000. Dit perceel was op dat moment eigendom van [verkoper 1] en [verkoper 2] (hierna ook: [de verkopers] ).
(ii) Op 7 juli 2004 hebben [de kopers] het perceel van [de verkopers] gekocht voor € 185.000. Later, in 2006, hebben [de kopers] nog een belendend stuk perceel bijgekocht.
(iii) [de kopers] zijn op de percelen activiteiten gaan uitvoeren die volgens het vigerende bestemmingsplan niet waren toegestaan: permanente bewoning, aanvullende bebouwing en (omvangrijke) pluimveehouderij en -handel. De gemeente is daartegen handhavend gaan optreden. [de kopers] wilden de percelen daarop verkopen, en hebben een taxateur ( [betrokkene 1] ) ingeschakeld om de percelen te taxeren. De taxatie van [betrokkene 1] , van beide percelen, d.d. 7 maart 2012, kwam aanzienlijk lager uit dan de eerdere taxatie door [B] van (slechts) het door [de kopers] in 2004 van [de verkopers] aangekochte perceel. Volgens [betrokkene 1] was dat perceel destijds ook veel minder waard dan waarop [B] het toen had getaxeerd.
(iv) Bij brief van 4 juli 2012 hebben [de kopers] [B] aansprakelijk gesteld voor geleden schade als gevolg van een beroepsfout die [B] volgens [de kopers] hadden gemaakt door de waarde van de onroerende zaak in 2004 veel te hoog te taxeren.
(v) [B] hadden haar beroepsaansprakelijkheid verzekerd bij De Vereende en hebben de claim van [de kopers] naar deze doorgeleid. De Vereende heeft aansprakelijkheid van de hand gewezen.
(vi) Bij beschikking van 11 december 2012 heeft de rechtbank Middelburg op verzoek van [de kopers] een voorlopig deskundigenonderzoek bevolen naar, samengevat, de waarde van het perceel (met opstallen) (exclusief het belendend perceel) op 3 mei 2004, met daarbij de vraag of [B] in haar taxatierapport van 2 juli 2004 in redelijkheid tot de door haar gevonden waarde heeft kunnen komen. Als deskundige werd benoemd [betrokkene 2] , beëdigd rentmeester (hierna: [betrokkene 2] ). [B] was in die procedure als verweerster procespartij.
(vii) [betrokkene 2] heeft bij rapport van 13 mei 2013 – voor zover van belang - als volgt gerapporteerd:
“[...] De opnamedatum voor de waardebepaling is 5 maart 2013. [...] De peildatum voor de waardebepaling is mei 2004.
[koper 1] heeft aan taxateur meegedeeld dat hij met zijn gezin omstreeks juli/augustus 2012 de bewoning van het getaxeerde gebouw heeft gestaakt en naar een woning in ’s-Gravenpolder is vertrokken.
[betrokkene 3] heeft aan taxateur meegedeeld dat het getaxeerde gebouw bij zijn plaatselijke opname op 3 mei 2004 als woonruimte was ingericht en in smetteloze staat verkeerde en het weiland was ingericht voor paarden. Verder heeft geen van de heren inhoudelijke opmerkingen gemaakt tijdens mijn plaatselijke opname.
Op 12 maart 2013 heeft taxateur een onderhoud gehad met [betrokkene 4] , ambtenaar van de gemeente Borsele.
Volgens verklaring van [betrokkene 4] is er op 18 maart 1997 een bouwvergunning door de gemeente afgegeven voor het bouwen van een stal, deze bouwvergunning met plattegrond en aanvraag is aan het taxatierapport gehecht.
Gezien de bestemming mocht er niet in het gebouw worden gewoond en is de gemeente handhavend opgetreden om de illegale bewoning te beëindigen.
Dat de gemeente handhavend kan optreden in dergelijke situaties mag bij een taxateur als bekend worden verondersteld.
In 1995 heeft een soortgelijke zaak zelfs de landelijke pers gehaald (bewoning aan de Zuidweg te Nisse). Ondergetekende is in deze zaak betrokken geweest als makelaar en taxateur nadat de gemeente de eigenaar hierover had aangeschreven, stukken van deze zaak zijn niet meer in mijn archief aanwezig.
[...]
BESTEMMING
De bestemming per peildatum taxatie is blijkens informatie bij de gemeente Borsele “Agrarisch gebied met Landschappelijke waarde” [...]
De onroerende zaken zijn gewaardeerd tegen de waarde in het economisch verkeer vrij opleverbaar (WEV).
De stal was ingericht als dagverblijf, schuur, paardenstal en berging zoals omschreven in het taxatierapport van [betrokkene 3] .
Bij de plaatselijke opname heb ik geconstateerd dat dit juist was, thans is de stal in gebruik als dagverblijf, werkplaats, berging en dierverblijf.
Vanwege het tijdsverloop tussen mijn plaatselijke opname en de peildatum taxatie (bijna 9 jaar) ben ik afgegaan op eerder genoemde verklaring van [betrokkene 3] , zijn taxatierapport, alsmede de aanvraag bouwvergunning en de bouwvergunning.
Te weten een opstal met een vloeroppervlakte van circa 116 m2.
1.
• stal € 45.000,-
• ondergrond, erf en weiland 7.685 ca € 45.000,-
Totaal €90.000,—
[...]
2.
Het gaat om een uniek project, er dient bandbreedte van circa 6% te worden aangehouden [...]
3.
Ik ben op basis van bouwkosten, ervaring en verkoopprijzen van bouw- en weiland op of omstreeks de peildatum van taxatie tot de waardering gekomen.
4.
Als (onder)waarde kom ik na toepassing van de onder 1 genoemde bandbreedte tot een waarde van € 85.000,= en als bovenwaarde tot € 95.000,=
5.
Ik ben van oordeel dat [betrokkene 3] , rekening houdend met de aard, bestemming en het prijspeil in mei 2004, in redelijkheid niet tot de door [betrokkene 3] getaxeerde waarde had kunnen komen.
6.
Als van belang zijnde feit is mede van belang de op bladzijde 1 van mijn rapport genoemde zaak in 1995 aan de Zuidweg te Nisse.
Taxateur beschikt niet over soortgelijke verkopen op of omstreeks de peildatum van taxatie.
De waarde van de stal met ondergrond en weiland is bepaald uit ruim 40 jaar ervaring als taxateur en die van de ondergrond, erf en weiland als volgt;
1.000 ca, vanwege bebouwing, verharding en erf € 20.000,=
6.685 ca overige grond € 25.000,-- (bouw- en weiland werd op peildatum verkocht voor prijzen van € 27.000— tot € 35.000— met uitschieters zowel naar boven als naar beneden).
ALGEMEEN
• De bouwkundige staat van de stal is slechts visueel beoordeeld. Een uitgebreide bouwkundige opname is niet verricht.
[…]”
(viii) [B] is op 10 december 2013 gefailleerd, met benoeming van de curator als zodanig. [de kopers] hebben een schadevordering van € 167.453 ter verificatie ingediend, gebaseerd op de hiervoor in (iv) genoemde aansprakelijkstelling. De curator heeft deze vordering op de lijst van voorlopig erkende crediteuren geplaatst.