ECLI:NL:PHR:2020:427
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens schending aanwezigheidsrecht verdachte in hoger beroep
De verdachte werd bij arrest van 14 februari 2019 door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens diefstal, waarbij verstek tegen hem werd verleend omdat hij niet aanwezig was bij de zitting in hoger beroep. De advocaat die aanwezig was, had geen uitdrukkelijke volmacht om de verdediging te voeren. De verdachte was echter ten tijde van de zitting in hoger beroep op 31 januari 2019 in verzekering gesteld op het politiebureau, zoals blijkt uit diverse proces-verbalen van politie en rechter-commissaris.
De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad stelt dat het hof onjuist heeft gehandeld door verstek te verlenen, omdat de verdachte niet vrijwillig afstand kon doen van zijn recht om aanwezig te zijn. Dit recht is geschonden omdat de verdachte rechtens van zijn vrijheid was beroofd zonder dat het hof daarvan op de hoogte was.
Gezien het grote belang van het aanwezigheidsrecht van de verdachte wordt het bestreden arrest vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling in hoger beroep in aanwezigheid van de verdachte.
De conclusie bevat tevens een uitgebreide motivering en verwijzingen naar eerdere jurisprudentie over het aanwezigheidsrecht en de voorwaarden waaronder verstek kan worden verleend. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging gevonden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe behandeling in hoger beroep in aanwezigheid van de verdachte.