Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
19 december 2017.
Hoge Raad
De verdachte was in hoger beroep gedetineerd wegens een andere strafzaak, wat het hof niet wist bij het verlenen van verstek tijdens de zitting van 6 oktober 2016. De dagvaarding was rechtsgeldig betekend, maar de verdachte verscheen niet, waarna het hof verstek verleende en het onderzoek sloot.
In cassatie werd aangevoerd dat de verstekverlening onjuist was omdat de verdachte niet vrijwillig afzag van zijn recht om aanwezig te zijn, maar gedetineerd was. De Hoge Raad stelde vast dat de stukken betrouwbaar aantonen dat de verdachte op dat moment in verzekering was gesteld en gevangengenomen wegens een andere zaak.
Daarom was het hof onjuist in zijn beslissing om verstek te verlenen en het onderzoek voort te zetten zonder aanwezigheid van de verdachte. Gezien het belang van het recht op aanwezigheid moet de zaak opnieuw worden berecht. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting vanwege onjuiste verstekverlening.