Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelkomt op tegen de gehanteerde methode van extrapolatie. In het bijzonder behelst het middel de klacht dat het hof heeft verzuimd de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, inhoudende dat (1) de getallen waarmee wordt geëxtrapoleerd niet representatief zijn voor het jaar 2013 en (2) de door het hof overgenomen correctie op het gemiddeld aantal bestellingen te laag is.
tweede middelbevat de klacht dat het hof bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel ten onrechte, althans onbegrijpelijk gemotiveerd, is uitgegaan van twee bolletjes cocaïne per bestelling, althans dat het hof heeft verzuimd de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het door de verdediging op dit punt naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt.
derde middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte, althans onbegrijpelijk gemotiveerd, heeft geoordeeld dat de hoeveelheid van zestig bestellingen per dag in alle gevallen zag op de verkoop van cocaïne, althans dat het hof heeft verzuimd de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het door de verdediging op dit punt naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt.
vierde middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft geoordeeld dat de kosten voor andere betrokken personen, te weten de bezorgers, bestonden uit het verstrekken van vier bolletjes cocaïne per dag aan deze bezorgers, althans dat het hof heeft verzuimd de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het door de verdediging op dit punt naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt.
vijfde middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte het in beslag genomen en verbeurd verklaarde geldbedrag van € 1.855,00 niet in mindering heeft gebracht op de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting.