Conclusie
loss limitdie de aansprakelijkheid van verzekeraars beperkt tot € 7,5 miljoen, maar hebben [A] , omdat de polis maar voor 89,5% is volgetekend, slechts dat percentage van de
loss limituitgekeerd. [eiseres] vordert in hoger beroep een bedrag van € 786.975,-- (kort gezegd: aanvulling tot het volledige bedrag van genoemde
loss limit). Volgens [eiseres] geeft de
loss limit-bepaling, gezien haar tekst, gelezen in het licht van het gehele betreffende polisaanhangsel, aan dat als de schade uitstijgt boven de
loss limit(in casu € 7,5 miljoen) tenminste dat volledige bedrag moet worden uitgekeerd. Allianz c.s. menen op hun beurt dat de beperkte voltekening (in casu voor 89,5%) (ook) de
loss limitbegrenst, zodat zij slechts tot vergoeding van 89,5% van € 7,5 miljoen gehouden zijn. In het spoor van een objectieve uitlegvariant, het gaat hier om een beurspolis waarvan gesteld noch gebleken is dat daarover onderhandeld is, heeft het hof een deskundigenbericht gelast naar het (vaste) beursgebruik ten aanzien van de uitleg van een
loss limit-bepaling als hier aan de orde en naar de toepassing daarvan op een geval als het onderhavige. In het eindarrest heeft het hof vervolgens niet gekozen voor een uitleg die voor [eiseres] gunstig zou zijn (volledige uitkering van de
loss limit), maar voor de door Allianz c.s. voorgestane uitleg (uitkering van 89,5% van de
loss limit). In cassatie bestrijdt [eiseres] deze uitleg door het hof.
1.Feiten
loss limit-bepaling. Voorts kent dit aanhangsel premiepromillages van 4,3 tot 6.
2.Procesverloop
loss limit-bepaling, zodat Allianz c.s. gehouden zijn tot betaling van het gevorderde bedrag, zijnde het restant van € 10.166.116,-- x 89,5% minus het eigen risico van € 5.000,-- en minus het reeds uitgekeerde bedrag van € 6.708.025,--, zo heeft [A] aangevoerd.
loss limitwas overeengekomen. Zij heeft in hoger beroep uitdrukkelijk erkend dat dat wel het geval was. [eiseres] heeft in hoger beroep als nieuwe grondslag voor haar (verminderde) vordering aangevoerd dat haar op grond van de verzekeringsovereenkomst een groter bedrag toekomt dan hetgeen reeds is uitgekeerd en dat de
loss limit-bepaling door Allianz c.s. verkeerd is uitgelegd. Allianz c.s. hebben op basis van deze uitleg – uitgaande van een totale schade van € 10.166.116,-- – slechts 89,5% van de
loss limitvan € 7.500.000,-- uitgekeerd (89,5% van dit bedrag onder aftrek van het eigen risico van € 5.000,-- resulteert in het uitbetaalde bedrag van € 6.708.025,--). Wanneer Allianz c.s. de
loss limit-bepaling juist hadden uitgelegd, waren zij overgegaan tot betaling van 100% van de
loss limit, namelijk € 7.500.000,--, zo stelt [eiseres] . Dit bedrag, verminderd met het reeds uitgekeerde bedrag van € 6.708.025,-- en het eigen risico van € 5.000,--, resulteert in het gevorderde bedrag van € 786.975,--, aldus [eiseres] .
loss limit-bepaling aan de orde stellen. Over die uitleg heeft het hof eerst het volgende vooropgesteld:
Op basis polisdekking 89,5% x 7.500.000 EURO”, A-G] moet worden beschouwd als een impliciete definitieve stellingname van Marsh namens [A] aangaande de juiste interpretatie van de loss-limitbepaling bepaling. Dat geldt te meer nu er op dat moment geen discussie op dit specifieke punt bestond (maar wel op andere punten).”
Op basis polisdekking 89,5% x 7.500.000 EURO”) (zie rechtsoverweging 3.8) en de brief van Marsh aan [B] van 28 januari 2003 (zie rechtsoverweging 2 sub f). Bij de berekening van de premie is volgens Allianz c.s. er vanuit gegaan dat de loss-limitbepaling op de door haar voorgestane wijze moet worden uitgelegd. Verder betwisten Allianz c.s. de door [eiseres] gestelde rekenvoorbeelden, en voeren zij ter onderbouwing van hun gelijk eigen rekenvoorbeelden aan.”
loss limit-bepaling is overgegaan, heeft het in rov. 3.11. eerst de behoefte uitgesproken aan deskundige voorlichting over de vraag of destijds op de beurs een
loss limit-bepaling als de onderhavige door (onderhandelings)partijen als de onderhavige – verzekeraars en een beursmakelaar – op een bepaalde manier werd uitgelegd. Daaraan heeft het hof toegevoegd dat nu als onbetwist vast staat dat Marsh bij de totstandkoming van de onderhavige verzekeringsovereenkomst als beursmakelaar heeft gehandeld als vertegenwoordiger van [A] , volgens de heersende opvatting de kennis van Marsh kan worden toegerekend aan [A] .
zijn overeengekomen, terwijl door verzekeraars is ingetekend voor 89,5% en de schade uitstijgt boven de € 7.500.000,=?
loss limit-bepaling zou worden uitgelegd in de door haar voorgestane zin. Het hof is hierin niet meegegaan:
3. Beslissing
(89,5% hiervan bedraagt € 13.347.252,=) en een loss-limit van € 7.500.000,= zijn overeengekomen, terwijl door verzekeraars is ingetekend voor 89,5% en de schade uitstijgt boven de € 7.500.000,=?
loss limitwaarvoor een vast beursgebruik bestond, zich in het onderhavige geval niet voordoet:
loss limitmaximaal 10% van de
loss limitmoet uitkeren, omdat deze opmerking gebaseerd is op een uitleg door de deskundigen en niet op een uitleg volgens vast beursgebruik.
loss limit-bepaling vooral aan de hand van objectieve factoren dient te geschieden:
vooralmoet worden uitgelegd aan de hand van objectieve factoren, juist is. Het woord
vooralmaakt duidelijk dat eventuele subjectieve factoren kunnen worden meegewogen, maar geen der partijen heeft gesteld dat over de inhoud van de polis en de loss-limitbepaling als zodanig (in de zin van de tekst en betekenis daarvan) is onderhandeld. Evenmin is gesteld dat is onderhandeld over de consequenties die het niet voltekenen zou hebben.”
loss limit-bepaling in de polis op te nemen. Ook heeft het hof tot uitgangspunt genomen dat de stelplicht en bewijslast van de door haar voorgestane uitleg op [eiseres] rust:
“ln aansluiting op ons faxbericht van 28 december 2001 kunnen wij mededelen dat wij, op basis van bijgaande dekkingsbevestiging, op dit moment 89% dekking hebben. (...) Voor de goede orde vermelden wij nog dat, in geval van schade, de maximum aansprakelijkheid voor verzekeraars EUR 7.500.000 bedraagt. (...) Graag vernemen wij van u of verzekerde met ons prolongatievoorstel akkoord gaat.”.Daargelaten hoe deze citaten moeten worden gelezen, kan hieruit in elk geval geen gezamenlijk voorstel door Allianz c.s. aan [A] worden afgeleid omdat de brief is geschreven door Marsh (die optrad namens [eiseres] ) en niet door Allianz c.s. dan wel een vertegenwoordiger van hen. Om dezelfde reden kunnen de citaten er niet toe hebben geleid dat voormeld (door [eiseres] gesteld) gerechtvaardigd vertrouwen bij [eiseres] is ontstaan. Ten overvloede wordt overwogen dat Marsh wist dat het intekenen op een beurspolis in het kader van co-assurantie door elke verzekeraar voor zich gebeurt, waarbij elke verzekeraar het percentage bepaalt waarvoor hij bereid is in het risico te delen (en bij schade, betaalt). Die kennis wordt aan [eiseres] toegerekend. Tegen deze achtergrond is voor gerechtvaardigd vertrouwen meer nodig dan de combinatie van een overschreden loss-limit en het niet volgetekend zijn van de beurspolis. Hetgeen [eiseres] voor het overige aanvoert maakt voormeld oordeel evenmin anders. Haar beroep op de bewoordingen van de polis, de correspondentie en de rekenvoorbeelden wordt steeds zodanig gemotiveerd betwist dat onvoldoende overblijft om tot de door haar voorgestane uitleg te concluderen. Nu [eiseres] haar stellingen niet voldoende heeft toegelicht, wordt niet toegekomen aan haar bewijsaanbod, daargelaten dat dit onvoldoende specifiek en/of relevant is. Het voorgaande brengt met zich dat de vordering van € 786.975,=, vermeerderd met rente, moet worden afgewezen.”
3.Bespreking van het cassatiemiddel
loss limitin combinatie met het niet volgetekend zijn van de polis) bij de uitleg van de onderhavige
loss limit-bepaling op de beurs niet het vaste gebruik gold dat de verzekeraars gezamenlijk het volledige bedrag van de
loss limitmoesten uitbetalen. Voordat ik aan de behandeling van de klachten toekom, ga ik hierna ter inleiding kort in op de volgende thema’s:
loss limit-bepalingen;
. [21] De (beoogd) verzekeringnemer wordt door een beursmakelaar bijgestaan. [22] Deze stelt eerst in overleg met zijn klant de randvoorwaarden:
per (verzekerd) evenementen speelt verder een rol bij de berekening van de vergoeding bij verzekering van zaken.
‘het hoogste bedrag tot uitkering waarvan de verzekeraars (…) als gevolg van eenzelfde voorval kunnen worden verplicht’ wordt genoemd. [36] Barneveld merkt op dat het dus om een maximum per gebeurtenis gaat. Voorts schrijft hij dat men bij aansprakelijkheidsverzekering het ‘maximum per gebeurtenis’ en het ‘maximum per verzekeringsjaar’ kent. De enkelvouden (‘de verzekerde som’ en ‘het maximum’) gaan volgens Van Barneveld niet altijd in hun strikte taalkundige betekenis op. Er zijn polissen met meer dan één verzekerde som, bijvoorbeeld bij motorrijtuigenverzekering, waar een polis zowel een verzekerde som voor de verzekering van het motorrijtuig zelf als een afzonderlijke voor de aansprakelijkheidsdekking kan bevatten. [37]
als gevolg van eenzelfde voorvalkan worden verplicht. De verzekerde som geldt dus op grond van lid 1 ‘per schadevoorval’ oftewel ‘per gebeurtenis’. [38] In aansluiting hierop bepaalt lid 2 dat door een uitkering als bedoeld in lid 1, de verzekerde som niet wordt verminderd (hiervoor randnummer 3.11). Doet zich dus, eventueel zelfs kort na een eerste schadevoorval, nog een schadevoorval voor, dan is ook op dat laatste schadevoorval de bij het sluiten van de verzekering overeengekomen verzekerde som van toepassing. [39]
anders dan op beurspolisgaat kennelijk nog steeds op. Althans, in de Algemene Voorwaarden Nederlandse Beurs Brandpolis [47] die volgens het hof in de onderhavige zaak van toepassing zijn op de tussen partijen gesloten beursverzekering (zie rov. 2 onder (g) van het tussenarrest van 15 december 2015) staat het volgende:
loss limit-bepaling als zodanig. Het begrip
loss limitis echter wel een in de verzekeringspraktijk bekend begrip. Op p. 168 van het boek
Assurantietermen en Wetsartikelen [49] – een boek waarin ten behoeve van de praktijk verzekeringsrechtelijke begrippen worden verklaard – staat het volgende:
aggregate loss limitwordt als volgt toegelicht:
single loss limitwordt als volgt toegelicht:
single loss limiten een
vorkclausule [50] komt in deze toelichtingen duidelijk naar voren. Komen partijen bij een verzekeringsovereenkomst een
single loss limit– soms ook
loss limitgenoemd, dus zonder de toevoeging
single– overeen, dan bepalen zij daarmee de maximale aansprakelijkheid van de verzekeraar per schadegeval (per
single loss). Komen partijen daarentegen een
vorkclausuleovereen, dan heeft dat een specifieke achtergrond. Partijen willen dan rekening houden met het feit dat de verzekerde, in geval van niet voor herstel vatbare schade, niet tot herbouw in de oude toestand zal overgaan, bijvoorbeeld omdat dat, vanwege de bijzondere bouwaard van het verzekerde object, nu eenmaal niet kan. De vorkclausule geeft daarom recht op een bedrag, benodigd voor herbouw, dat lager is dan de eigenlijke waarde van het verzekerde object (die tot uitdrukking komt in de verzekerde som).
Haviltex-maatstaf. In de literatuur wordt dat (of de wenselijkheid ervan) niet bestreden. [53] Het komt dus in beginsel aan op de zin die partijen redelijkerwijs aan de betreffende bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. [54]
Haviltex-maatstaf echter maar weinig aanknopingspunten. Daarom heeft Uw Raad in het arrest
Chubb/Dagenstaed [55] geoordeeld dat het bij de uitleg van zulke polisvoorwaarden met name aankomt op de bewoordingen van de bepaling gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en van de eventueel bij de polisvoorwaarden behorende toelichting:
Haviltex-maatstaf, zij het in een aangepaste vorm waarbij het accent ligt op (in beginsel) [56] objectieve factoren, omdat er bij gebreke van verklaringen en gedragingen over en weer (er is immers niet onderhandeld) eigenlijk geen andere aanknopingspunten zijn waaraan een bepaald vertrouwen kan zijn ontleend. [57]
Chubb/Dagenstaedals zodanig genoemde bewoordingen van een bepaling, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en de eventueel bij de polisvoorwaarden behorende toelichting, [58] kan bij een dergelijke met name op objectieve factoren gebaseerde uitleg, zo blijkt uit de rechtspraak van Uw Raad, bijvoorbeeld ook acht geslagen worden op: [59]
contra proferentemaan. Volgens deze uitleg dient een onduidelijkheid in de polisvoorwaarden ten nadele van de gebruiker (c.q. opsteller) van de voorwaarden (doorgaans: de verzekeraar) te worden uitgelegd. [66] Wanneer de verzekeringnemer geen consument is, gaat het echter niet om een rechtsregel (zoals art. 6:238 lid 2 BW Pro inhoudt), maar om een gezichtspunt dat de feitenrechter in het kader van ‘
Haviltex’mag meewegen. [67] Over de vraag of het
contra proferentem-gezichtspunt kan worden toegepast op een verzekering ter beurze en, zo ja, hoe dit dan bij een dergelijke verzekering uitpakt, wordt verschillend gedacht. Zo meent Van Tiggele-van der Velde [68] dat bij een verzekering ter beurze niet een uitleg
contra proferentempast, omdat een zodanige uitleg naar zijn aard een rol speelt bij ongelijkwaardigheid van partijen. Die zou bij een dergelijke verzekering niet aan de orde zijn, omdat men te maken heeft met twee professionele partijen. Specifiek met betrekking tot een makelaarspolis (hiervoor randnummer 3.4) betogen Hendrikse, Rinkes en Pluymen dat uitleg
contra proferentemmogelijk is en dan ook een andere invulling krijgt dan de gebruikelijke bij een verzekeringsovereenkomst. Wat hen betreft zou uitleg
contra proferentemdan namelijk juist in het voordeel van de verzekeraars kunnen uitpakken, omdat de makelaar de polisvoorwaarden voorstelt; uitleg
contra proferentemis nu eenmaal een uitleg ‘tegen de inbrenger’. [69]
loss limitzou moeten worden uitgekeerd) aan de orde zou zijn, aan de kaak wordt gesteld.
loss limit-bepaling (die kort gezegd inhoudt dat deze bepaling de aansprakelijkheid van de verzekeraars beperkt tot een bedrag van € 7.500.000,-- ongeacht een niet-voltekening van de polis) verworpen.
loss limit-bepaling in het onderhavige geval – een
loss limitin combinatie met het niet volgetekend zijn van de polis – geen sprake is van een vast beursgebruik (rov. 2.3.2., herhaald in rov. 2.5.2.);
loss limit-bepaling moet
vooralworden uitgelegd aan de hand van objectieve factoren (omdat over de inhoud van een beurspolis in de regel niet wordt onderhandeld en in casu door partijen ook niet gesteld is en evenmin anderszins is gebleken dat dat in het onderhavige geval anders is geweest), zij het dat eventuele subjectieve factoren wel degelijk kunnen worden meegewogen (rov. 2.4.);
loss limit-bepaling, bezien in het licht van de gehele polis, uitgelegd zonder uit te gaan van een vast beursgebruik voor de uitleg van deze bepaling in het onderhavige geval; stelplicht en bewijslast van de door haar voorgestane uitleg van de
loss limit-bepaling rusten volgens het hof op [eiseres] (rov. 2.5.2.). Daarbij heeft het hof als achtergrond meegenomen dat alvorens de verzekeringsovereenkomst tot stand kwam, Marsh (op verzoek van [B] ) als beursmakelaar van [A] heeft geprobeerd [A] (brand)risico van € 14.913.131,-- onder te brengen bij verschillende verzekeraars, en toen dat niet vlotte, – teneinde de deelnamebereidheid van verzekeraars te verhogen – heeft voorgesteld een
loss limit-bepaling in de polis op te nemen (rov. 2.5.2.);
loss limit. Volgens het hof kan [eiseres] daaraan niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat de
loss limit(bij schade boven € 7.500.000,--) volledig zou worden uitgekeerd (rov. 2.5.3.). Daarbij heeft het hof onder meer in aanmerking genomen dat [eiseres] haar beroep op gerechtvaardigd vertrouwen enkel heeft gemotiveerd met een beroep op de brief van Marsh aan [B] van 8 mei 2002, terwijl deze brief, daargelaten hoe die brief moet worden gelezen, niet door een vertegenwoordiger van Allianz c.s. geschreven is, maar door de vertegenwoordiger van [A] , Marsh (rov. 2.5.3.);
loss limiten het niet volgetekend zijn van de polis (rov. 2.5.3.);
loss limitvan € 7.500.000,-- was
ingetekend, een polisaanhangsel is opgesteld dat een verzekerde som van 89,5% x € 14.913.131,-- vermeldt. Deze polis hebben de participerende verzekeraars
ondertekend waarbij zij tezamen 100% van het in deze polis verzekerde risico zijn gaan dragen, aldus nog steeds [eiseres] . [eiseres] lijkt hier, mede ook gelet op de eerste zin van voetnoot 10 uit haar procesinleiding, de nadruk te leggen op het door de participerende verzekeraars ondertekende blad 5 van het polisaanhangsel waarin de percentages waarvoor de verschillende verzekeraars hebben ingetekend, zijn vermeld en die tezamen opgeteld, uitkomen op 100%.
loss limitop blad 3 van het polisaanhangsel waaraan [eiseres] de door haar voorgestane uitleg van de
loss limit-bepaling (mede) ophangt. [72] Wat daarvan zij, het oordeel van het hof is wat mij betreft niet onbegrijpelijk.
omgerekendnaar een bepaald percentage van 89,5%. [73] Zo is een intekening van, bijvoorbeeld, 25% (van 100%) op blad 5 vermeld als: 27,93% (van 89,5%). Ook in het licht van deze toelichting van Allianz c.s. valt, niet in te zien dat de wijze van vermelding van de intekenpercentages op blad 5 van het polisaanhangel door Marsh, die door de participerende verzekeraars is ondertekend, het oordeel van het hof (dat het afhankelijkheidsargument een sterke aanwijzing is voor de redelijkheid van de door Allianz c.s. voorgestane uitleg) onbegrijpelijk maakt.
100% van 89,5% van 100%”zou zijn bedoeld dat de aandelen die de verzekeraars hebben geaccepteerd naar 89,5% omlaag moeten worden gebracht, de uitkeringsverplichtingen niet meer zouden kloppen. Volgens haar zouden de verzekeraars dan bij schade lager dan de
loss limitgehouden zijn om een percentage van 89,5% van 89,5% van de schade te betalen.
teruggerekende percentage(het intekenpercentage) uit blad 5 van het polisaanhangsel maal € 14.913.131,--.
subonderdeel 1.1faalt.
subonderdeel 1.2komt [eiseres] op tegen het oordeel van het hof in rov. 2.5.3. dat met name het afhankelijkheidsargument (randnummer 3.36 en 3.39) een sterke aanwijzing is voor de redelijkheid van de door Allianz c.s. voorgestane uitleg. Volgens [eiseres] is dat onjuist voor zover het hof daarmee heeft geoordeeld dat daaraan bij de beantwoording van de vraag welke betekenis partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de
loss limitmochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, groot dan wel doorslaggevend gewicht toekomt ten opzichte van hetgeen volgt uit de bewoordingen van de polis. Daarmee, zo vervolgt [eiseres] haar rechtsklacht, miskent het hof dat het antwoord op de vraag welke betekenis partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de
loss limitmochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten met name afhankelijk is van objectieve factoren zoals de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de bepalingen als geheel. Volgens [eiseres] geldt dit des te meer nu het polisaanhangsel door de participerende verzekeraars is ondertekend, en deze verzekeraars verondersteld kunnen worden te hebben geweten dat dit polisaanhangsel naar objectieve maatstaven dient te worden begrepen. Deze rechtsklacht faalt om de navolgende redenen.
Haviltex-maatstaf die geldt voor de uitleg van de verzekeringsvoorwaarden die ter beurze worden gesloten en waarover niet is onderhandeld, en die onder meer tot uitdrukking komt in het arrest
Chubb/Dagenstaed [76] . Daarin heeft Uw Raad immers geoordeeld dat het bij de uitleg van dergelijke polisvoorwaarden met name aankomt op objectieve factoren zoals de bewoordingen van de bepaling, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en van de eventueel bij de polisvoorwaarden behorende toelichting (hiervoor randnummer 3.27).
loss limit-bepaling hadden, hoe vanzelfsprekend wellicht ook, ook in de polis kunnen zijn beschreven, maar dat is niet gebeurd [77] ).
specifieke setting(bijv. de betekenis volgens vast beursgebruik) [78] en ‘de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de mogelijke tekstinterpretaties zouden kunnen leiden’. [79]
Haviltex-maatstaf voor de uitleg van verzekeringsvoorwaarden zoals de onderhavige.
subonderdeel 1.2faalt.
subonderdelen 1.4.1 en 1.4.2gaat [eiseres] in op de betrokkenheid van Marsh. In subonderdeel 1.4.1 betoogt [eiseres] dat voor zover het hof zijn conclusie dat met name het afhankelijkheidsargument (randnummer 3.36 en 3.39), een sterke aanwijzing is voor de redelijkheid van de door Allianz c.s. voorgestane uitleg, ook erop heeft gebaseerd dat, zoals Allianz c.s. betogen, voor Marsh (als beursmakelaar) duidelijk moet zijn geweest dat de door [eiseres] voorgestane uitleg niet strookte met de bedoeling van de (afzonderlijke) verzekeraars, dit oordeel onbegrijpelijk is. Daartoe heeft [eiseres] verwezen naar de brief van Marsh aan [B] van 8 mei 2002. Volgens [eiseres] volgt uit die brief dat ook Marsh ervan uitging dat er, enerzijds, slechts voor 89,5% dekking is, en dat, anderzijds, de maximale aansprakelijkheid van verzekeraars € 7.500.000,-- bedraagt. In dit licht is het volgens [eiseres] onbegrijpelijk dat het hof ervan uitgaat dat voor Marsh duidelijk is geweest dat de door [eiseres] voorgestane uitleg niet strookte met de bedoeling van de (afzonderlijke) verzekeraars.
nietmede erop baseren dat Marsh (als beursmakelaar) duidelijk moet zijn geweest dat de door [eiseres] voorgestane uitleg niet strookte met de bedoeling van de (afzonderlijke) verzekeraars, dan is zijn oordeel over de sterke aanwijzing voor de redelijkheid van de door Allianz c.s. voorgestane uitleg onbegrijpelijk. In dat geval valt niet in te zien waarom bij de uitleg (doorslaggevende) betekenis zou toekomen aan de overwegingen bij intekenende verzekeraars, terwijl niet is vastgesteld dat deze overwegingen bij de verzekeringnemer bekend waren. Deze motiveringsklacht faalt, wat er verder van zij, in ieder geval wegens gemis aan feitelijke grondslag. Het hof heeft zijn conclusie immers in ieder geval mede gebaseerd op de aan Marsh toegedichte kennis (rov. 2.5.3.) (randnummer 3.36). [80]
in algemene zin, als een objectieve factor, een rol kan spelen. Bij co-assurantie is de bedoeling van een participerende verzekeraar die voor een bepaald percentage intekent op de polis, in het algemeen, dat hij bij schade ook niet meer betaalt dan dat percentage (hiervoor ook randnummer 3.5), ook als de polis niet is volgetekend. Dat is kennelijk ook, mede gelet op eerder genoemde overweging in rov. 2.5.3. over co-assurantie en de kennis van Marsh kennis daarover, wat het hof heeft bedoeld waar het aan de kennis van Marsh omtrent de bedoeling van de (afzonderlijke) verzekeraars enig gewicht heeft toegekend.
onderdeel 1faalt.
hebben voorgesteld 89,5% dekking van haar schade te verlenen tot de overeengekomen loss limit, niet tot gevolg heeft dat [A] er op mocht vertrouwen dat de verzekeraars bij een schade van boven de € 7.500.000,-- in ieder geval dit bedrag zouden uitkeren, nu [eiseres] haar stelling enkel heeft gemotiveerd met een (overigens vergeefs) beroep op de brief van Marsh aan [B] van 8 mei 2002. Marsh was de vertegenwoordiger van [A] en de kennis van Marsh dat het op een beurspolis intekenen in het kader van co-assurantie door elke verzekeraar voor zich gebeurt, waarbij elke verzekeraar het percentage bepaalt waarvoor hij bereid is in het risico te delen (en bij schade, te betalen), moet, aldus het hof, aan [eiseres] worden toegerekend (randnummer 3.36).
subonderdeel 2.1bestrijdt dat het hof in termen van gerechtvaardigd vertrouwen zou mogen spreken, terwijl andere klachten vervolgens het oordeel dat van gerechtvaardigd vertrouwen geen sprake is bestrijden. Naar het oordeel van [eiseres] is van gerechtvaardigd vertrouwen kennelijk wel sprake (
subonderdelen 2.2 tot en met 2.5). Met haar rechtsklacht stelt [eiseres] in subonderdeel 2.1 dat het hof in de hiervoor weergegeven oordelen bij herhaling toetst of [eiseres] ‘gerechtvaardigd mocht vertrouwen’. Volgens [eiseres] is het hof daarmee uitgegaan van een verkeerde maatstaf, omdat bij de uitleg van een polisbepaling niet beslissend is of een partij (ergens op) mocht vertrouwen. Deze rechtsklacht faalt om de navolgende redenen.
Haviltex-maatstaf, wel degelijk ook subjectieve factoren een rol mogen spelen (bijvoorbeeld (de stelling) dat anders dan de tekst suggereert toch een bepaalde uitleg aan de orde is). Daarom mocht het hof inhoudelijk ingaan op het beroep van [eiseres] op een zeker gerechtvaardigd vertrouwen. [81] De rechtsklacht faalt derhalve.
subonderdeel 2.2klaagt [eiseres] dat ‘het enkele gegeven’ dat Allianz c.s. (gezamenlijk) aan [A] hebben voorgesteld 89,5% dekking van haar schade te verlenen tot de overeengekomen
loss limit, niet tot gevolg heeft dat [A] erop mocht vertrouwen dat de verzekeraars bij een schade van boven de € 7.500.000,--, in ieder geval dit bedrag zouden uitkeren. Wat [eiseres] betreft valt, gegeven het specifieke voorstel van de verzekeraars, waarin enerzijds sprake is van 89,5% dekking voor schade, en anderzijds van een overeengekomen
loss limitvan € 7.500.000,--, niet in te zien waarom [A] niet erop mocht vertrouwen, althans aan de in het polisaanhangsel opgenomen
loss limitniet redelijkerwijs de betekenis mocht toekennen dat bij een schade boven € 7.500.000,-- (behoudens andere redenen om geen of volledige dekking te verlenen) € 7.500.000,-- door verzekeraars zou worden uitgekeerd. Het hof had, anders gezegd, volgens [eiseres] reeds uit dat voorstel gerechtvaardigd vertrouwen (bij [A] ) moeten afleiden. Deze motiveringsklacht faalt echter.
subonderdeel 2.3verwijt [eiseres] het hof dat zijn oordeel over het beroep van [eiseres] op het zojuist besproken voorstel van Allianz c.s. een cirkelredenering bevat. Zij stelt dat de vraag of bij een uitkering van € 7.500.000,-- (in geval van een schade boven de € 7.500.000,--) verzekeraars meer uitkeren dan waartoe zij volgens hun percentages zijn gehouden, ervan afhangt hoe het voorstel dient te worden begrepen. Volgens [eiseres] veronderstelt het hof hier dat het voorstel zo dient te worden begrepen dat verzekeraars zich hebben willen binden om ten hoogste aansprakelijk te zijn voor hun intekenpercentages vermenigvuldigd met € 7.500.000,--, terwijl juist de vraag is of die uitleg correct is.
loss limitredelijkerwijs de betekenis mocht toekennen dat de maximale aansprakelijkheid van de participerende verzekeraars € 7.500.000,-- beloopt. Dit subonderdeel faalt, omdat het oordeel van het hof een begrijpelijkheidstoets wel degelijk kan doorstaan.
loss limitde betekenis heeft toegekend dat deze de maximale aansprakelijkheid van de participerende verzekeraars beperkt tot € 7.500.000,-- (dus ongeacht een niet-voltekening). Dit volgt namelijk niet (zonder meer) uit die brief. Het hof heeft in dit verband niet voor niets overwogen dat “daargelaten hoe deze citaten moeten worden gelezen” in ieder geval geen gezamenlijk voorstel van Allianz c.s. aan [A] uit de brief kan worden afgeleid, omdat de brief is geschreven door Marsh. Dat het hof het daarbij heeft gelaten, valt goed te begrijpen (hiervoor randnummer 3.64).
subonderdeel 2.5tegen de overweging ten overvloede in rov. 2.5.3. [83] waarin het hof overweegt dat Marsh wist dat het intekenen op een beurspolis in het kader van co-assurantie door elke verzekeraar voor zich gebeurt, waarbij elke verzekeraar het percentage bepaalt waarvoor hij bereid is in het risico te delen (en bij schade, betaalt). Ter toelichting stelt [eiseres] dat dat onverlet laat dat verzekeraars, zoals [eiseres] heeft betoogd, hebben voorgesteld om 89,5% dekking van haar schade te verlenen tot de overeengekomen
loss limitvan € 7.500.000,--. Deze motiveringsklacht bouwt voort op de falende motiveringsklachten in subonderdelen 2.2 en 2.3 (randnummers 3.72 tot en met 3.74) althans zit op hetzelfde spoor en deelt dan ook hetzelfde lot.
onderdeel 2.
subonderdeel 3.1verwijt [eiseres] het hof dat het heeft miskend dat het bij de uitleg van een clausule in een beurspolis waarover niet is onderhandeld met name aankomt op objectieve factoren waaronder de bewoordingen van de clausule gelezen in het licht van het geheel van de bepalingen. Het hof heeft volgens [eiseres] die maatstaf miskend, omdat het aan de bewoordingen van de polis nauwelijks, althans geen doorslaggevend gewicht toekent, terwijl het volgens deze uitlegmaatstaf met name aankomt op de bewoordingen van de polis.
Haviltex-maatstaf zoals is geformuleerd in het
Chubb/Dagenstaed-arrest, [84] waarin de nadruk (‘met name’) ligt op objectieve factoren, maar waarin, mochten de omstandigheden daartoe aanleiding geven, ook ruimte bestaat voor het toekennen van betekenis aan subjectieve factoren. Dat Uw Raad ook aan andere objectieve factoren dan de bewoordingen van de polis betekenis toekent, staat ook buiten kijf. Wat het hof vervolgens heeft gedaan en de conclusie die het hof daaraan ten slotte verbindt in rov. 2.5.3., is met dat regime in overeenstemming, zodat de rechtsklacht van subonderdeel 3.1 faalt. Voor een nadere toelichting verwijs ik naar randnummers 3.56 tot en met 3.60.
subonderdeel 3.2voert [eiseres] aan dat de bestreden oordelen in rov. 2.5.3. in ieder geval onvoldoende (begrijpelijk) zijn gemotiveerd, omdat niet valt in te zien waarom het beroep op de bewoordingen van de polis zodanig is betwist dat ‘onvoldoende overblijft’ om tot de door [eiseres] voorgestane uitleg te kunnen concluderen. Hier wreekt zich de strategie van [eiseres] waarin afzonderlijke klachten tegen de verschillende oordelen van het hof in rov. 2.5.3. zijn geformuleerd, terwijl het bij uitleg gaat om een totaaloordeel waarvoor de overwegingen uit het arrest in samenhang moeten worden bekeken. Anders dan [eiseres] met haar klacht suggereert, heeft het hof in zijn eindarrest wel degelijk kenbaar aandacht besteed aan het beroep van [eiseres] op de polis, de correspondentie en de rekenvoorbeelden (waaraan [eiseres] nota bene de door haar voorgestane uitleg steeds ophangt), zij het niet met het door [eiseres] gewenste resultaat. Dat heeft het hof gedaan via een uitlegredenering die in randnummer 3.36 is weergegeven.
onderdeel 3doel mist.
loss limitin combinatie met het niet volgetekend zijn van de polis – bij een schade die gelijk is aan of uitstijgt boven de
loss limit, op de beurs het vaste gebruik gold dat de verzekeraars gezamenlijk het volledige bedrag van de
loss limitmoesten uitbetalen (en dus ieder voor zich een hoger bedrag moesten betalen dan overeenkomt met het percentage waarvoor zij hadden ingetekend). Voordat ik de klachten bespreek, stel ik voorop dat een uitleg/waardering van een deskundigenbericht door het hof van feitelijke aard is en in cassatie alleen op begrijpelijkheid kan worden onderzocht. [86]
subonderdeel 4.1klaagt [eiseres] dat het oordeel van het hof in rov. 2.3.1. en 2.3.2. onbegrijpelijk is. Ter toelichting heeft [eiseres] aangevoerd dat uit het deskundigenbericht, met name uit randnummer 6.11, volgt dat de deskundigen menen dat voor de onderhavige situatie waarin sprake is van een
loss limitin combinatie met een niet volgetekende polis, een vast beursgebruik geldt en wel in die zin dat de verzekeraars gezamenlijk het volledige bedrag van de
loss limitmoesten uitbetalen. Daartoe heeft [eiseres] verwezen naar de uiteenzetting van de deskundigen in randnummer 6.7 van het deskundigenbericht waarin zij toelichten dat bij de onderhavige situatie (geen 100% dekking) verzekeringstechnisch sprake is van onderverzekering en dat de onderhavige situatie dus vergelijkbaar is met de situatie waarbij de verzekerde som lager is dan de aanvankelijke werkelijke waarde van het verzekerde object. Daartoe heeft [eiseres] ook verwezen naar haar memorie na deskundigenbericht (randnummers 4.1., 4.9. en 4.10.).
Subonderdeel 4.2bouwt voort op de door [eiseres] voorgestane lezing van het deskundigenbericht en klaagt dat het hof in ieder geval ontoereikend heeft gerespondeerd op het beroep van [eiseres] , in hun memorie na deskundigenbericht (randnummers 4.1., 4.9. en 4.10.), op die lezing van het deskundigenbericht. Vanwege de nauwe samenhang zal ik deze subonderdelen gezamenlijk behandelen.
loss limit-bepaling als de onderhavige? Die vraag hebben de deskundigen in het deskundigenbericht bevestigend beantwoord:
single loss limit’ genoemd; hierna echter steeds ‘vorkclausule’) na een aanloop in randnummer 6.4 nader omschreven en vervolgens toegelicht:
loss limitin het onderhavige geval een ander doel diende:
loss limit-bepaling uit op een zelfde resultaat als Allianz c.s.: het intekenpercentage beïnvloedt ook de (omvang van de) uit te keren
loss limit.
loss limitwordt afgesproken (die in de module Brandverzekeringstechniek 2000 vorkclausule wordt genoemd, hiervoor randnummer 3.89) en waarvoor een vast beursgebruik bestaat, en de onderhavige situatie waarbij verzekeraars niet voor 100% hebben ingetekend; in beide gevallen menen de deskundigen dat sprake is van onderverzekering. Daaraan ontleent [eiseres] in deze subonderdelen haar standpunt dat ook voor de onderhavige situatie – een
loss limitin combinatie met een niet volgetekende polis – sprake is van een vast beursgebruik (vergelijkbaar met dat van de
loss limitin de door de deskundigen benoemde specifieke situatie van een vorkclausule) welk beursgebruik volgens [eiseres] dan inhoudt dat de verzekeraars gezamenlijk het volledige bedrag van de
loss limitmoeten uitbetalen. Deze subonderdelen falen om de navolgende redenen. [87]
2002 [88] ten aanzien van een
loss limitop de beurs een vast gebruik bestond. Dat ziet evenwel op een specifieke
loss limit-bepaling, de meer genoemde vorkclausule. Uit genoemd randnummer 6.4 uit het deskundigenbericht (hiervoor randnummer 3.90) en uit de hiervoor (in randnummer 3.89) geciteerde passage uit de module Brandverzekeringstechniek 2000, blijkt dat een vorkclausule in de polis wordt opgenomen bij verzekering van (vaak oude) gebouwen teneinde bij schade een uitkering te krijgen op basis van de kosten van nieuwbouw. De ratio daarvan is dat de herbouwwaarde van dat verzekerde gebouw aanzienlijk hoger is dan de bouwkosten van een nieuw gebouw dat even functioneel is als het oude gebouw, maar wel veel goedkoper is dan de herbouwwaarde daarvan. [89] Verder volgt uit randnummer 6.5 uit het deskundigenbericht (hiervoor randnummer 3.91) dat de deskundigen ook van mening zijn dat deze ratio zich in casu niet voordoet. De
loss limitin onze zaak is, zoals ook wordt aangenomen in het deskundigenbericht (randnummer 6.5), in de polis opgenomen teneinde de polis (zoveel mogelijk) volgetekend te krijgen. Uit het deskundigenbericht kan worden afgeleid dat niet alleen de (ratio van de)
loss limitin onze zaak niet dezelfde is als (die van) de hiervoor omschreven
loss limitwaarvan de deskundigen een vast gebruik ter beurze hebben geconstateerd, maar ook dat voor onze
loss limit-bepaling geen vast beursgebruik bestaat. Daarom is het oordeel van het hof dat niet is komen vast te staan dat bij de uitleg van de onderhavige
loss limitin combinatie met het niet volgetekend zijn van de polis, rekening moet worden gehouden met een vast beursgebruik goed te volgen en dus niet onbegrijpelijk. Voor het overige is het oordeel van feitelijke aard en kan het in cassatie niet (verder) worden getoetst (hiervoor randnummer 3.87).
loss limitis aangegaan, is een eigen opvatting van de deskundigen. Het is niet de weergave van een bepaald vast beursgebruik (het bestaan waarvan de deskundigen, als gezegd, wel hebben geconstateerd voor de vorkclausule). Deze opvatting van de deskundigen staat dus – anders dan [eiseres] in haar subonderdelen 4.1 en 4.2 veronderstelt – niet centraal in het deskundigenbericht, en uit genoemde randnummers volgt evenmin, of beter: nog minder, dat ook de deskundigen menen dat de onderhavige
loss limitin combinatie met het niet volgetekend zijn van de polis, conform een vast beursgebruik zo moet worden uitgelegd dat de verzekeraars tot betaling van de volledige
loss limitgehouden zijn als de schade gelijk is aan of uitstijgt boven de
loss limit.
loss limitwaarvoor dus geen vast beursgebruik kan worden aangewezen in combinatie met het niet volgetekend zijn (namelijk slechts voor 89,5%)), ertoe leidt dat de verzekeraars ook maar 89,5% van de
loss limitdienen uit te keren.
subonderdelen 4.1 en 4.2falen, zodat ook
onderdeel 4vergeefs is voorgesteld.