Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans niet zonder meer begrijpelijk, heeft geoordeeld dat de verdachte - die ten tijde van de terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd – afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht en het onderzoek ter terechtzitting buiten diens aanwezigheid heeft voortgezet in plaats van dat te schorsen.
(…)
tweede middelricht zich tegen de bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde. Het bevat de klacht dat het opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel niet zonder meer uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, zodat de bewezenverklaring niet naar de eis van de wet voldoende met redenen is omkleed.
(…)
(…)”