Conclusie
middelbehelst de klacht dat het hof de verdachte heeft vrijgesproken van iets anders dan hem ten laste is gelegd, door ten onrechte te oordelen dat voor het bewijs van de overtreding van art. 273f, eerste lid, aanhef en onder 9⁰, (oud) Sr is vereist dat sprake is van (een oogmerk van) uitbuiting. Tevens wordt in het middel geklaagd dat de gegeven vrijspraak ter zake van het onder 2 ten laste gelegde blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans dat deze niet zonder meer begrijpelijk is.