ECLI:NL:PHR:2018:30
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg bestanddeel ontuchtig oogmerk bij seksueel corrumperen minderjarige volgens Verdrag van Lanzarote
De zaak betreft het cassatieberoep tegen het arrest van het hof Den Haag waarin de verdachte werd vrijgesproken van het primair tenlastegelegde feit van seksueel corrumperen van minderjarigen (art. 248d Sr) vanwege het ontbreken van het vereiste 'ontuchtig oogmerk'. Het hof veroordeelde de verdachte wel voor schennis van de eerbaarheid (art. 239 lid 3 Sr Pro).
De feiten betreffen SM-handelingen die de verdachte en medeverdachte verrichtten in het bijzijn van twee minderjarige kinderen. De verdachte gaf aan dat deze handelingen bedoeld waren om de kinderen te laten zien dat een SM-relatie liefdevol kon zijn, zonder seksuele opwinding. Het hof oordeelde dat ondanks het overschrijden van sociaal-ethische grenzen, het ontuchtig oogmerk ontbrak.
De Hoge Raad analyseerde de betekenis van 'ontuchtig oogmerk' aan de hand van het Verdrag van Lanzarote en de wetsgeschiedenis. Dit oogmerk vereist een seksuele intentie, zoals het bevredigen van eigen seksuele behoefte of het beïnvloeden van het kind om vatbaar te worden voor ontucht. Enkel het bewust confronteren van een kind met seksuele handelingen zonder seksuele intentie volstaat niet.
Het cassatieberoep van het OM, dat stelde dat het hof het begrip te restrictief uitlegde, faalde. Ook het cassatieberoep van de verdachte tegen de bewezenverklaring van schennis van de eerbaarheid werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat voor dat delict voorwaardelijk opzet volstaat.
De conclusie is dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en het oordeel begrijpelijk en toereikend gemotiveerd is, zodat de cassatieberoepen worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het hof terecht het ontuchtig oogmerk niet aannam en de verdachte vrijsprak van seksueel corrumperen.