Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte heeft overwogen dat de vordering van de benadeelde partij Stedin Netbeheer B.V. door en namens de verdachte niet is betwist. Het hof zou daardoor niet hebben beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting, zodat het arrest, althans de beslissing ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, onvoldoende met redenen is/zijn omkleed.
tweede middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte ten aanzien van de toegewezen vordering van de benadeelde partij en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel niet heeft bepaald dat betaling door één van de mededaders de verdachte bevrijdt voor het deel dat door de mededader(s) is voldaan.
(…)
Vordering van de benadeelde partij Stedin Netbeheer BV
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Stedin Netbeheer BV ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 27.444,29 (zevenentwintigduizend vierhonderdvierenveertig euro en negenentwintig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
derde middelbehelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden.