Conclusie
eerste middel
“Geachte heer, mevrouw,
Bijgaand treft u het grievenformulier in opgemelde zaak. Ik verwijs u naar de inhoud hiervan.”
Aan dit schrijven is als bijlage bevestigd een "Grievenformulier Hoger Beroep." Het schrijven is blijkens een daarop geplaatst stempel op 11 december 2014 bij de centrale balie van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, ingekomen en vervolgens doorgestuurd naar het hof te ’s‑Hertogenbosch. Bedoeld schrijven is aldaar op 16 december 2014 binnengekomen. Het als bijlage opgenomen grievenformulier staat op naam van de verdachte en vermeldt als adres van de verdachte ‘ [a-straat 1] te [plaats] ’. Op het formulier is aangekruist dat de verdachte onder meer om de volgende redenen in hoger beroep komt: ‘niet op de hoogte van datum’, ‘onschuldig, niet bestuurder voertuig’ en voorts ‘grote gevolgen voor eigen onderneming door OBM’. Onder de kop ‘andere opmerkingen’ is nog vermeld: ‘nadere toelichting van cliënt kan worden gegeven na ontvangst dossier. Aangevraagd op 24 november 2014, tot op heden niet ontvangen’. Uit de handtekening onderaan dit formulier kan worden afgeleid dat het formulier op 8 december 2014 is ingevuld en ondertekend door mr. S.H.J. Raessens;
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
wonende te [plaats] , [a-straat 1] ,
Op vordering van de advocaat-generaal verleent het hof verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt, dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.
De advocaat-generaal draagt de zaak voor.
De voorzitter houdt voor het grievenformulier dat namens verdachte is ingediend. Daaruit blijkt dat verdachte meent ten onrechte te zijn veroordeeld en de straf te zwaar te acht.