Conclusie
Windmillvoor het eerst criteria geformuleerd aan de hand waarvan dient te worden beoordeeld of van een onaanvaardbare doorkruising van een publiekrechtelijke regeling sprake is:
Windmill-criteria enigszins genuanceerd. In het
Brandweerkosten-arrest, waarin aan de orde was dat de gemeente van de eigenaar van een schip dat vlam vatte vergoeding vorderde van de kosten van (na)blussing door de brandweer, oordeelde de Hoge Raad als volgt:
Achmea/Staatdat privaatrechtelijk verhaal, hetzij op grond van art. 185 WVW Pro, hetzij op grond van art. 6:162 BW Pro, van de kosten van het verwijderen van olie op de weg na een ongeval op de (WAM-verzekeraar van de) veroorzaker van de schade de Wegenwet niet ontoelaatbaar doorkruist. Deze wet kent volgens de Hoge Raad immers geen regeling van het verhaal van deze kosten, noch andere regelingen die aanleiding zouden kunnen geven tot dat oordeel. De Hoge Raad voegde daaraan toe dat - anders dan in het
Brandweerkosten-arrest - geen gronden aanwezig waren om aan te nemen dat een dergelijk kostenverhaal (met de Wegenwet) publiekrechtelijk is uitgesloten en dat in verband daarmee van een doorkruising sprake is. Daarbij tekende de Hoge Raad aan dat het bij het verwijderen van olie op de weg na een ongeval niet gaat om uitvoering van de in art. 1 lid 4 Brandweerwet Pro 1985 omschreven taak van de brandweer (zoals in het
Brandweerkosten-arrest), maar om werkzaamheden van de Staat uit hoofde van zijn taak als beheerder van de rijksweg.”
aard van de taak van de politienog een enkele aanvullende opmerking. Is opsporing een exclusief publiekrechtelijke taak die niet op dezelfde voet door particuliere instanties kan worden vervuld? Opsporing wordt gezien als een vanzelfsprekende taak van de overheid, maar hier is een zekere ontwikkeling te signaleren. [55] Het is bepaald niet ongebruikelijk dat onderzoek naar strafbare feiten wordt verricht door particulieren, al dan niet in de vorm van een recherchebureau. Die particulieren kunnen de bevoegdheden die aan de politie zijn toebedeeld echter niet uitoefenen. Zij staan niet onder het gezag van de officier van justitie en worden bovendien als regel ingeschakeld (en betaald) door andere particulieren. Gelet hierop kunnen particulieren dus niet op dezelfde voet als de politie opsporen. De aard van opsporing door de politie is dus bijzonder omdat deze exclusiviteit heeft. Een dergelijke exclusiviteit heeft bijvoorbeeld het wegbeheer niet.
aard van de kosten. Schade wegens loonkosten omdat ambtenaren hun reguliere werkzaamheden niet hebben kunnen verrichten, kan, zoals al eerder is geconstateerd, voor vergoeding in aanmerking komen. [56] De vraag of politieambtenaren die onderzoek doen in verband met een valse aangifte hun reguliere werkzaamheden nu wel of niet verrichten, stip ik hier nog even aan vanuit de financieringskant. Betreft het onvoorziene kosten die buiten het normale bereik van de begrote werkzaamheden liggen? Bijna de helft van de begroting van het ministerie van Veiligheid en Justitie komt op de rekening van de Nationale politie. Als bijlage bij die begroting is in 2015 [57] voor het eerst gevoegd de “Begroting 2015-2019 Nationale Politie”. De politiebegroting (p.20) bevat de post ‘operationele kosten’ en dat zijn de kosten van onder meer opsporing, arrestantenzorg en handhaving. De begroting is weinig specifiek en voor zover ik begrijp is de systematiek ook voor wat betreft de opsporing als onderdeel van de operationele kosten een totaalbedrag (‘lump sum’) en niet een kwantitatieve prognose op basis van concrete en individueel gewaardeerde handelingen. [58] De vraag of in het totaal bedrag de kosten van opsporing na een valse aangifte begrepen zijn, komt in de begroting niet aan de orde. De vraag kan daarom niet anders zijn dan of aan te nemen valt dat die kosten ook begrepen zijn onder de operationele kosten. Ik heb geen enkele indicatie om te veronderstellen dat zulks niet het geval is. Hoe dan ook gaat het hier niet om een organisatie die zichzelf voor taken in het kader van onderzoek naar een valse aangifte moet bedruipen zonder steun van de overheid. De overheid moet er nu eenmaal rekening mee houden dat er ook burgers zijn die doelbewust valse aangifte doen. Bij die stand van zaken rijst de vraag of en waarom de kosten moeten worden verhaald. Dat kan anders liggen indien is voorzien in een regeling tot het terugstorten van verhaalde bedragen wegens opsporing van niet gepleegde feiten waarvan valse aangifte is gedaan door de politieorganisatie naar de rijksoverheid, maar voor zover mij bekend is dat niet het geval.