ECLI:NL:RBUTR:2010:BO9535
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens doen van meervoudige valse aangifte ondanks ontkenning psychische overmacht
Verdachte werd beschuldigd van het doen van meervoudige valse aangifte in de periode van 14 augustus tot 18 september 2009. Hij had zijn bankpas, pincode en identiteitsbewijs afgegeven aan derden die hem oplichtten, waarna hij zelf aangifte deed van diefstal en later van afpersing en bedreiging. De rechtbank stelde vast dat verdachte bewust onjuiste verklaringen had afgelegd om zichzelf als slachtoffer te presenteren en zo zijn eigen schuld te verdoezelen.
De verdediging voerde psychische overmacht aan, stellende dat verdachte onder grote druk stond, maar dit werd door de rechtbank verworpen wegens gebrek aan bewijs van onweerlegbare dwang. Verdachte had immers een alternatief door de waarheid te vertellen. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk valse aangifte deed en veroordeelde hem tot een werkstraf van 80 uur.
De politie als benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van ruim €11.600,- voor gemaakte kosten, maar de rechtbank verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk omdat de kosten van politieonderzoek deel uitmaken van de wettelijke taak en niet zonder expliciete wettelijke grondslag op de verdachte verhaald kunnen worden.
De rechtbank hield rekening met de naïviteit van verdachte en zijn eerdere onbestrafte verleden, maar vond een geheel voorwaardelijke straf niet passend gezien de ernst van het feit. Het vonnis werd uitgesproken op 26 november 2010 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Utrecht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 80 uur wegens het doen van meervoudige valse aangifte.