Conclusie
Nadere bewijsoverweging
eerste middelwordt geklaagd over beide bewezenverklaringen, mede in het licht van een gevoerd verweer. Uit de door de verdediging overgelegde pleitnota blijkt dat zij ten overstaan van het hof ten aanzien van beide bewezenverklaarde feiten heeft aangevoerd dat gelet op de periode die is verstreken tussen de verkoop van de scooter in augustus 2011 en het moment waarop de scooter in beslag is genomen in maart 2012 niet uitgesloten kan worden dat het VIN [1] pas is gewijzigd nadat verdachte de scooter heeft verkocht. Die kans zou ook niet verwaarloosbaar zijn nu uit de stukken blijkt dat de koper van de scooter nog flink aan de scooter heeft geklust. Geklaagd wordt dat het hof dit Meer-en-Vaartverweer niet heeft weerlegd, terwijl de weerlegging daarvan ook niet kan worden gevonden in de gebezigde bewijsmiddelen.
tweede middelwordt ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 7 geklaagd dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan blijken dat verdachte een valse hoedanigheid heeft aangenomen en dat sprake was van listige kunstgrepen.
derde middelwordt erover geklaagd dat de bewezenverklaring van feit 8 voor zover inhoudend dat het “een door misdrijf verkregen goed” betrof geen steun vindt in de gebezigde bewijsmiddelen.
- dat verdachte het overschrijvingsbewijs aan de koper heeft gegeven maar het andere deel van het kentekenbewijs niet heeft opgestuurd zoals hij had toegezegd;
- dat de koper heeft geconstateerd dat er een sticker was verwijderd in de helmbak van de scooter, en
- dat uit een onderzoek van een deskundige voertuigcriminaliteit van de politie is gebleken dat het VIN op de frameplaat van de motor van de scooter niet geheel door de fabrikant is aangebracht maar dat er veranderingen in dat nummer waren aangebracht en dat het aangetroffen VIN dus niet behoorde bij de scooter, hetgeen de politie kennelijk heeft aangemerkt als een indicatie dat de scooter van diefstal afkomstig was.
vierde middelwordt erover geklaagd dat een verklaring van aangever [slachtoffer] omtrent feiten en omstandigheden die hij niet zelf heeft waargenomen of ondervonden in strijd met art. 342 Sv Pro tot bewijs is gebezigd.
vijfde middelis gericht tegen de motivering van de ten aanzien van feit 7 opgelegde schadevergoedingsmaatregel.