Conclusie
eerste middelkomt met twee (rechts)klachten op tegen de bewezenverklaring van het delictsbestanddeel listige kunstgreep.
Ten aanzien van het bedrag van € 21.000.-
Ten aanzien van het bedrag van € 252.287.-
Voorts ten aanzien van rekeningnummer [001] en de tenaamstelling
tweede middelbehelst een motiveringsklacht met betrekking tot ’s Hofs straftoemeting.
Verdachte heeft zich op onaanvaardbare wijze verrijkt ten koste van een zorginstelling. Hij heeft als manager financiën en administratie van deze zorginstelling in twee fasen in totaal een bedrag van € 273.28 7,- laten overboeken naar de rekening van een fictieve rechtspersoon. Verdachte is zeer geraffineerd en berekenend te werk gegaan. Hij heeft verschillende valse documenten opgemaakt (factuur, ingebrekestelling, e-mailbericht) en daarmee zijn werkgever bewogen tot betalingen van bedragen voor nooit verrichte werkzaamheden, op een rekening waarover hij zelfde beschikking had. Verdachte accordeerde zelfstandig de betalingsopdracht of gaf mondeling opdracht tot betaling, waarna deze betalingen door de betreffende afdeling in gang werden gezet. Verdachte heeft met dit frauduleuze handelen zijn werkgever grote financiële schade toegebracht enkel ten behoeve van zijn eigen financiële gewin. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij misbruik heeft gemaakt van de mogelijkheden die hij in zijn functie had en dat hij het vertrouwen dat zijn werkgever en collega’s in hem hadden gesteld, ernstig heeft beschaamd. Bij de strafoplegging heeft de rechtbank voorts gelet op het feit dat verdachte misbruik heeft gemaakt van de namen van een persoon en een organisatie, alsmede van het logo van deze Organisatie, terwijl zij op geen enkele wijze betrokken waren bij verdachtes handelen.