Conclusie
1.Feiten
2.Verloop van de klachtprocedure
3.Korte samenvatting van de klacht
Bangalore Principles of Judicial Conduct(punten 2.2, 2.4, 3.1, 4.6, 4.9 en 4.12) en een van de aanbevelingen van de
ENCJ Working Group Judicial Ethics, Report 2009-2010.
4.Korte samenvatting van het verweer
5.Bevoegdheid van de Hoge Raad om van de klacht kennis te nemen
6.Ontvankelijkheid van de klacht
in de uitoefening van zijn functiejegens klaagster heeft gedragen. Het verstrekken van de ‘verklaring’ behoorde niet tot de taken of bevoegdheden van verweerder als raadsheer in buitengewone dienst, die - verstaan in ruime zin - mede omvatten de vervulling van taken als waarnemend advocaat-generaal.
negatieveambtelijke verplichting, zoals een verplichting tot geheimhouding die zeven dagen in de week 24 uur per dag op de betrokkene rust, doet niet ter zake of een daarmee strijdige gedraging is verricht binnen of buiten werktijd. Ook is er geen geografische beperking tot de landsgrenzen, een gedraging in het buitenland kan een in Nederland geldende verplichting schenden. De primaire klacht stelt in wezen aan de orde dat op verweerder als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast een verplichting rustte om zich te onthouden van het uitbrengen van een dergelijke ‘verklaring’ aan een procespartij. Aldus opgevat, kan een schending van die verplichting voor de toepassing van de klachtenregeling worden beschouwd als een gedraging ‘in de uitoefening van zijn functie’.
voor de toepassing van de klachtenregelingmoet worden opgevat als begaan ‘in de uitoefening van zijn functie’, te verdedigen. Weliswaar is de uitgebrachte ‘verklaring’ niet door verweerder gepubliceerd noch bestemd voor publicatie, maar het gebruik daarvan is door verweerder evenmin beperkt tot het advocatenkantoor dat hem om die ‘verklaring’ had verzocht. De ‘verklaring’ was bestemd om door Yukos Universal Ltd. in een of meer gerechtelijke procedures te worden ingebracht. Redelijkerwijs was te verwachten dat de ‘verklaring’ langs die weg ook aan anderen dan de geadresseerde onder ogen zou komen. Aan het oordeel (‘Gutachten’) van een lid in buitengewone dienst van het hoogste rechtscollege in het desbetreffende rechtsgebied (Nederland) zal een lezer wellicht meer gezag toekennen dan aan een oordeel van een deskundige die niet zo’n functie bekleedt: het is immers de cassatierechter die in hoogste instantie over het geschil zal (moeten) oordelen. Daarbij kan worden aangetekend dat het gezag van een voormalig lid van het hoogste college niet zal zijn vervluchtigd direct na het defungeren, ook al kan het uitbrengen van een dergelijke verklaring dan niet meer worden gezien als begaan ‘in de uitoefening van zijn functie’. Gelet op de feiten in deze zaak ben ik van mening dat de gedraging die geen ambtshandeling betreft, volgens de in de rechtspraak van uw Raad aanvaarde criteria redelijkerwijs met de functie van rechterlijk ambtenaar in voldoende verband staat om nog als behorend tot de uitoefening van de functie te kunnen worden aangemerkt.
7.Bespreking van de eerste klacht; overtreding van art. 12 RO Pro?
qui sont soumises à leur décision, il soit ajouté encore:
ou qui pourraient être soumises.”
equality of arms’) hebben. De rechter dient hen gelijkelijk te behandelen tijdens het geding” [13] . De auteurs van het rapport Systeemwaarborgen voor de kernwaarden van de rechtspraak plaatsen artikel 12 RO Pro tussen de nationale normen voor onpartijdigheid van de rechter [14] . In de praktijk levert deze bepaling wel eens moeilijkheden op in het strafrecht, waar contact buiten de zitting tussen de strafrechter en het openbaar ministerie of de raadsman, bijvoorbeeld over de planning van strafzaken, nauwelijks te vermijden is. Corstens/Borgers schrijven dat de bewoordingen van artikel 12 RO Pro op civielrechtelijke geschillen duiden en niet geschreven lijken te zijn met het oog op contacten tussen rechters en leden van het openbaar ministerie in strafzaken [15] .
fair trial): de rechter geeft zijn oordeel uitsluitend op basis van standpunten en bewijsstukken die
in de procedurete zijner kennis zijn gebracht. Procespartijen behoren in procedureel opzicht op gelijke voet te worden behandeld; daarbij passen geen onderonsjes tussen de rechter en één procespartij. Aldus wordt gehandeld overeenkomstig het beginsel van hoor en wederhoor: in een tegensprekelijk debat kan elke procespartij controleren op basis van welke van de wederpartij verkregen informatie de rechter zijn beslissing zal nemen en kan elke partij zich uitspreken over de informatie die door de wederpartij aan de rechter is verschaft.
rechtstreekscontact tussen de rechter en een procespartij als op
indirectecontacten, dat wil zeggen via een tussenpersoon of een vertegenwoordiger (van de rechter of van de betrokken procespartij). Art. 12 RO Pro staat niet in de weg aan het reguliere contact met de procespartijen ter zitting of anderszins in het kader van de procedure. Indien buiten de zitting communicatie tussen de behandelende rechter en een procespartij nodig is, bijvoorbeeld over een verzoek om uitstel, kan het contact verlopen via de griffie van het gerecht, met registratie van dat contact en met kennisgeving aan de andere in de procedure verschenen procespartij(en) [16] .
Hij spreekt zich daarom in elk geval niet publiekelijk uit over zaken waarover nog een rechterlijke beslissing moet worden gegeven.De rechter treedt voorts anders dan als persrechter en in wetenschappelijke publicaties alleen bij uitzondering in zijn functie naar buiten. De rechter is terughoudend bij het gebruik van sociale media en realiseert zich dat het gebruik daarvan kan leiden tot het leggen van onwenselijke verbanden.” (op de door mij gecursiveerde volzin heeft klaagster zich beroepen).
Bangalore Principles of Judicial Conduct’ [23] berusten niet op de wet, maar worden wereldwijd beschouwd als een gezaghebbende bron voor de normering. Zij gaan uit van zes waarden (‘
Principles’), waaraan nadere gedragsnormen voor rechters worden verbonden. Deze waarden zijn: 1. Independence; 2. Impartiality; 3. Integrity; 4. Propriety; 5. Equality; 6. Competence and Diligence. In paragraaf 2 (onpartijdigheid) zijn de door klaagster bedoelde normen neergelegd [24] :
niet publiekelijk.
eenverklaring verweerder niet zonder meer wordt tegengeworpen. Een deel van de gegeven verklaring wordt immers nadrukkelijk buiten de klacht gehouden. Gevolg daarvan is dat acht geslagen moet worden op de betekenis van de inhoud van de verklaring in het licht van geldende gedragsnormen. Het gaat niet om een meningsuiting in een handboek, tijdschrift of wetenschappelijk discours, die los staat van het concrete geschil. De rapportage, in de vorm van een ‘verklaring’, is ten behoeve van één der procespartijen opgesteld en uitgebracht specifiek met het oog op de duiding van de betekenis van het bij een Nederlandse rechter aanhangige geschil tussen klaagster en de drie vennootschappen. Dit zou een bijzonder gewicht geven aan de inschatting in de ‘verklaring’ van de kans van slagen van de vordering tot vernietiging van de arbitrale vonnissen. Ik merk op dat in mijn ogen de verklaring geen advies behelst om een bepaalde rechterlijke beslissing te nemen. In paragraaf 4 van de ‘verklaring’ abstraheert verweerder van de vragen die de Nederlandse of Belgische rechter in het concrete geval aan de hand van het complete dossier zal moeten beantwoorden.
De regeling moet dienen ter verzekering van de zuiverheid van verhoudingen in het algemeen, en ter verzekering van het vertrouwen in de rechterlijke macht, de rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid en het vertrouwen daarin in het bijzonder. Waar mogelijk moet een en dezelfde regeling gelden voor de zittende en de staande magistratuur, voor gerechtsauditeurs en raio’s. Het aantal onverenigbaarheden dient zo klein mogelijk te worden gehouden. In voorkomende gevallen dient – naast uiteraard de in de praktijk belangrijkste weg van het door toedeling van de zaken voorkomen van (de schijn van) belangenverstrengeling – de weg van de verschoning en wraking te worden gevolgd. Ook de mogelijkheid tot het vervullen van nevenfuncties dient zo min mogelijk te worden beperkt; voorop staat hier dat de eigenlijke functievervulling in kwantitatieve zin niet in gevaar komt. De nevenfuncties dienen, evenals het geval is bij de leden van de Hoge Colleges van Staat en politieke ambtsdragers, openbaar te zijn. De onverenigbaarheden moeten niet gelden voor de plaatsvervangers, ook niet als zij tijdelijk zijn aangewezen voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke taak. Juist uit de sfeer van professionele rechtsbijstandverleners worden immers veel plaatsvervangers aangetrokken. De regeling dient op eenvoudige wijze en, voor zover het de voor het leven benoemden betreft, door henzelf te kunnen worden gehandhaafd.
Evenals de leden van de fractie van de PvdA juich ik de totstandkoming van de Leidraad, die een vorm van zelfregulering betreft, toe. De Leidraad wordt onderschreven door de besturen van de gerechten in Nederland, de president van en de procureur-generaal bij de Hoge Raad, door de Nederlandse Vereniging van Rechtspraak (NVvR) en de Raad voor de rechtspraak. Het betreft hier uitdrukkelijk een initiatief van de beroepsgroep zelf ter vergroting van het bewustzijn van onpartijdigheid binnen de beroepsgroep. De Leidraad is gericht tot de individuele rechter en bevat (niet bindende) aanbevelingen om in concrete gevallen de individuele onpartijdigheid nader in te vullen, waaronder aanbevelingen ten aanzien van gezins- en familiebanden, kennissenkring, nevenfuncties, nevenfuncties van familieleden, eerdere bemoeienis met een zaak of partijen etc.“ [33]
Recueil des obligations déontologique des magistrats(2010), luidt in paragraaf B (onpartijdigheid) punt 25:
(2) Ein beamteter Professor der Rechte oder der politischen Wissenschaften, der gleichzeitig Richter ist [37] , darf mit Genehmigung der obersten Dienstbehörde der Gerichtsverwaltung Rechtsgutachten erstatten und Rechtsauskünfte erteilen. Die Genehmigung darf allgemein oder für den Einzelfall nur erteilt werden, wenn die richterliche Tätigkeit des Professors nicht über den Umfang einer Nebentätigkeit hinausgeht und nicht zu besorgen ist, daß dienstliche Interessen beeinträchtigt werden.”
Bangalore Principles. Zie de hoofdstukken 3 en 5. De regel ‘A judge shall not practise law whilst the holder of judicial office’ geldt niet voor de ‘
fee-paid judges’.Opmerkelijk is dat in hoofdstuk 9 ook verplichtingen tot onthouding van bepaalde activiteiten wordt gelegd op rechters die hun ambt hebben neergelegd.
Bangalore Principles of Judicial Conduct. Deze bepalen onder 4.9:
ENCJ Working Group Judicial Ethics, Report (2009 – 2010) [39] , welke luidt: “a judge refrains from asserting his status as a judge in his dealings with third parties”. Zie ook de Guide to Judicial Conduct van het United Kingdom Supreme Court (2009):