ECLI:NL:RBDHA:2015:4401
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek tegen rechter-commissaris wegens schending hoor en wederhoor
In deze zaak werd een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-commissaris die belast was met de behandeling van een strafzaak. Het verzoek betrof onder meer het feit dat de rechter-commissaris tijdens het vervoer naar de verhoorlocatie in hetzelfde voertuig zat als de getuige en dat hij tijdens het verhoor buiten aanwezigheid van de verdediging overleg voerde met de officier van justitie.
De wrakingskamer oordeelde dat het samen vervoeren met de getuige geen grond voor wraking opleverde, omdat hierover vooraf volledige openheid was gegeven en er geen communicatie over de inhoud van het verhoor had plaatsgevonden. Echter, het overleg tussen de rechter-commissaris en de officier van justitie buiten aanwezigheid van de verdediging, zonder mogelijkheid voor de verdediging zich hierover uit te laten, was in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor en artikel 12 Wet Pro RO.
De rechter-commissaris had de verdediging niet vooraf geïnformeerd over het onderwerp van het overleg en had het bezwaar van de verdediging genegeerd. Hoewel hij achteraf openheid van zaken gaf, was het beginsel van hoor en wederhoor reeds geschonden. De wrakingskamer stelde dat hierdoor de schijn van vooringenomenheid was gewekt en wees het wrakingsverzoek toe. Het onderzoek werd geschorst en hervat door een andere rechter-commissaris.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris is toegewezen wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor en artikel 12 Wet RO.