Conclusie
4.Middel 1
éénmaalzal worden geschorst teneinde de verdachte in de gelegenheid te stellen ook zelf de verdediging te voeren. Het hof zal daartoe de zaak aanhouden tot 22 mei 2013 te 9.00 uur. Langer uitstel van de zaak is niet meer verantwoord, gelet op de andere in het geding zijnde belangen. De ochtend zal benut worden voor de verdere behandeling van de feiten, hetgeen gelet op de omvang van de zaak voldoende tijd is. In de middag zal er één uur voor het requisitoir en drie uur voor het pleidooi zijn. Het verdient de aanbeveling om voorafgaand aan de zitting de pleitnota aan het hof te doen toekomen, indien de toegemeten tijd anders niet toereikend zal zijn. Het hof is bekend met de inhoud van de pleitnota met bijlagen in eerste aanleg.”
handhavenvan de toegekende spreektijd noodzakelijk is. Dat vooraf spreektijd wordt toegekend, was voor de Rechtbank kennelijk zo vanzelfsprekend dat de noodzakelijkheid daarvan niet behoefde te worden benoemd. Men trapt tenslotte ook geen open deuren in.
Strafblad2013, p. 149-162. Zijn conclusie is dat de spreektijd vooraf kan worden beperkt, mits “de inperking volstrekt neutraal” is en dus volledig los staat van de (verwachte) inhoud van het pleidooi. Ik wijs voorts op een artikel van A.E. Harteveld en A.L.J. van Strien, ‘Innovatie van het strafproces in hoger beroep’,
Strafblad2013, m.n. p. 84-85. De schrijvers zien, onder meer met een beroep op het voortbouwende karakter van het appel, mogelijkheden voor het stellen van regels over de lengte van het requisitoir en het pleidooi.
5.Middel 3
6.Middel 2
2I/J/K: [betrokkene 4], huurovereenkomsten 21 maart 2000, 1 juli 1999, 3 januari 2000
Ten aanzien van de feiten 2I, 2J en 2K
7.Middel 4
FEIT 3, FISCALE ADMINISTRATIEPLICHT
Boekingstukken buiten de boekhouding gelaten
8.Middel 5
Strekkingsvereiste
Geschriften als bedoeld in artikel 344 van Pro het Wetboek van Strafvordering, te weten aangiften voor omzetbelasting van de fiscale eenheid [D] over de maanden maart 1999, juni 1999, maart 2000, juni 2000, september 2000 en maart 2001 (Doos 4, ordner FIOD-documenten).
Het in de wettelijke vorm opgemaakte overzichtsproces-verbaal (Doos 4, ordner FIOD ambtshandelingen, pagina 25), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten, zakelijk weergegeven:
elkein de bewezenverklaring van feit 4 genoemde aangifte op opzettelijk onjuist was gedaan doordat daarin een te laag bedrag aan belasting werd opgegeven. Die klacht slaagt. De overweging van het Hof dat in alle maanden van de bewezenverklaarde periode maandbedragen van valse huurovereenkomsten in de administratie zijn opgenomen, vindt geen steun in de bewijsmiddelen, terwijl daarmee bepaald niet is gezegd dat de opneming van die maandbedragen leidde tot een te laag bedrag aan opgegeven belasting. Wat uit de bewijsmiddelen wel kan worden afgeleid, is dat over de maanden waarin auto’s werden verkocht onder de valse vlag van een huurovereenkomst te weinig omzetbelasting weinig aangegeven. Dat de verdachte daarop telkens opzet had, heeft het Hof daarbij uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden, hetgeen geen nadere motivering behoefde aangezien de verdediging op dit punt geen verweer heeft gevoerd. Het probleem is echter dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de bedoelde transacties plaatsvonden in alle maanden die in de bewezenverklaring worden genoemd. [41]