ECLI:NL:HR:2008:BB8975

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
02451/06
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in belastingfraudezaak aanleg sportpark Etten-Leur

In deze zaak stond belastingfraude centraal die verband hield met de aanleg van een nieuw sportpark in de gemeente Etten-Leur. De verdachte, gevestigd te een vestigingsplaats, was in hoger beroep veroordeeld door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De advocaat van de verdachte diende meerdere middelen van cassatie in, maar de Advocaat-Generaal concludeerde dat geen van deze middelen tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat er geen gronden waren voor ambtshalve vernietiging, ook niet in het licht van een recent arrest van de Belastingkamer.

De Hoge Raad wees het beroep af zonder nadere motivering, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Hiermee bleef het arrest van het Gerechtshof in stand en werd het cassatieberoep van de verdachte verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.

Uitspraak

29 april 2008
Strafkamer
nr. 02451/06
ABG/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 januari 2006, nummer 20/001997-03, in de strafzaak tegen:
[verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E. van Liere, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Geen van de middelen kan tot cassatie leiden.
De Hoge Raad oordeelt geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, ook niet in het licht van het arrest van de Derde Kamer van de Hoge Raad van 25 april 2008, nr. 41798, LJN BB3861. Daarom moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, W.A.M. van Schendel, J.W. Ilsink en J. de Hullu, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 29 april 2008.