ECLI:NL:PHR:2008:BB8975
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk onjuiste aangifte omzetbelasting bij aanleg sportpark
De zaak betreft een aannemer die betrokken was bij de aanleg van een nieuw sportpark in de gemeente Etten-Leur. De aannemer schreef in op een project waarbij de grond werd verkocht en het sportpark werd aangelegd, met een complexe fiscale constructie om de te betalen omzetbelasting te beperken. De aannemer gaf in de aangifte omzetbelasting een te laag bedrag op, waardoor te weinig belasting werd geheven.
De verdediging voerde onder meer bewijsuitsluiting aan wegens onrechtmatige verdenking en stelde dat de vergoeding deels al in 1996 was genoten via een ontwikkelrecht, waardoor de naheffing onterecht was. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de teruglevering van het sportpark een afzonderlijke prestatie vormde die apart gefactureerd diende te worden. De fiscale constructie waarbij een lagere vergoeding werd opgegeven, werd door het hof als simulatie aangemerkt.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp de cassatiemiddelen. De Hoge Raad benadrukte dat het bewijs niet onrechtmatig was verkregen, dat het redelijk vermoeden van schuld tijdig was ontstaan, en dat de aangifte over juli 1997 onjuist was omdat de btw over de werkelijke waarde van het sportpark niet was aangegeven. De verweren omtrent het ontwikkelrecht werden eveneens verworpen. De veroordeling tot een geldboete van € 95.000,- werd bekrachtigd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van € 95.000,- wegens opzettelijk onjuiste aangifte omzetbelasting.