Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
3 maart 2015.
Hoge Raad
Verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 1 november 2013 in een strafzaak. De advocaat van verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld die door de Advocaat-Generaal zijn bestreden met een conclusie tot verwerping.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof bevestigd. De uitspraak is gedaan door raadsheer J. de Hullu als voorzitter, samen met raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, tijdens een openbare terechtzitting op 3 maart 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Den Haag wordt bekrachtigd.