Conclusie
(Bewiis)overwegingen
eerste middelbehelst de klacht dat verdachte, gelet op het kortstondige karakter van de door haar verrichte handelingen, zich niet een zodanige feitelijke heerschappij over de goederen heeft verschaft dat van ‘wegnemen’ in de zin van art. 310 Sr Pro sprake is.
tweede middelklaagt dat er geen sprake is van ‘letsel’ in de zin van art. 300 Sr Pro. In dat kader wordt naar voren gebracht dat: