ECLI:NL:PHR:2013:964
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring samenweefsel van verdichtsels bij oplichting
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem verdachte veroordeeld wegens oplichting door middel van een samenweefsel van verdichtsels, waarbij verdachte zijn ex-vriendin had bewogen om € 1.000,- te geven met het verhaal dat het geld nodig was voor een operatie van zijn oma in Angola. De verdachte bekende dat het verhaal niet waar was en dat hij het geld voor zichzelf gebruikte.
De verdediging voerde in cassatie aan dat het bewezenverklaarde niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid, omdat slechts sprake was van één leugen en niet van een samenweefsel van verdichtsels. De Hoge Raad bevestigt dat één enkele leugen onvoldoende is voor een samenweefsel van verdichtsels en dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verhaal van verdachte als zodanig kwalificeert.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de jurisprudentie over het begrip samenweefsel van verdichtsels en benadrukt dat het er vooral op aankomt of het slachtoffer door de onware mededelingen concreet is bewogen tot afgifte van geld. Daarbij spelen de vertrouwenwekkende aard van de mededelingen, de omzichtigheid die van het slachtoffer mag worden verwacht en diens persoonlijkheid een rol.
In deze zaak blijkt uit de bewijsmiddelen dat het slachtoffer vooral blind vertrouwen in verdachte had, maar dat het verhaal van verdachte niet zodanig plausibel en samenhangend was dat het als samenweefsel van verdichtsels kan worden aangemerkt. De bewezenverklaring is daarom onvoldoende gemotiveerd en wordt vernietigd. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling.
Het tweede middel over de overschrijding van de redelijke termijn behoeft geen bespreking vanwege het slagen van het eerste middel.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor een samenweefsel van verdichtsels.