ECLI:NL:PHR:2011:BQ8600
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsminimum en proeftijd bij zedendelicten met schakelbewijs
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin de verdachte is veroordeeld voor meerdere zedendelicten en aanverwante feiten. De Hoge Raad behandelt onder meer de uitleg van het begrip 'samenweefsel van verdichtsels' in het kader van oplichting, waarbij wordt vastgesteld dat een enkele leugen niet voldoende is, maar een samenhangend verband van leugens dat een slachtoffer misleidt wel strafbaar kan zijn.
Verder bespreekt de Hoge Raad de toepassing van het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid Sv, waarbij wordt bevestigd dat een bewezenverklaring niet uitsluitend kan rusten op de verklaring van één getuige zonder voldoende steun in ander bewijsmateriaal. Het hof heeft in deze zaak schakelbewijs toegepast, waarbij gedragskenmerken en modus operandi uit andere zaken worden gebruikt ter ondersteuning van de verklaring van een enkele getuige. De Hoge Raad acht dit gebruik van schakelbewijs in beginsel toelaatbaar en begrijpelijk gemotiveerd.
Ten aanzien van de strafoplegging wordt ingegaan op de vraag of het opleggen van twee verschillende proeftijden (voor algemene en bijzondere voorwaarden) is toegestaan. De Hoge Raad oordeelt dat dit niet in strijd is met de wetsystematiek en dat het hof dit ook voldoende heeft gemotiveerd, mede gelet op de aard van de gepleegde zedendelicten en de verhoogde kans op recidive bij de verdachte.
Uiteindelijk vernietigt de Hoge Raad het arrest slechts voor wat betreft de bewezenverklaring van feit 2 en de strafoplegging, en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing. De overige middelen worden verworpen.
Uitkomst: Arrest vernietigd voor bewezenverklaring van feit 2 en strafoplegging; zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.