Conclusie
“oplichting”en 2
“diefstal”is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden. Het bestreden arrest bevat voorts een bijkomende beslissing.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een veroordeling wegens oplichting, waarbij verdachte tussen 4 en 23 juni 2010 het slachtoffer, geestelijk niet geheel in orde, door een samenweefsel van verdichtsels heeft bewogen tot afgifte van in totaal €50.000. De verdachte maakte misbruik van het vertrouwen dat het slachtoffer in hem had als makelaar en van diens kennis van haar persoonlijkheidsstoornis.
De bewijsvoering bestond uit getuigenverklaringen, banktransacties, locatiegegevens van zendmasten en verklaringen van betrokkenen bij het leeghalen en veilingen van de woning. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank waarin verdachte werd veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf.
De verdediging stelde dat het bewijs ontoereikend was en dat er geen sprake was van een samenweefsel van verdichtsels, aangezien een lening geen leugen is en niet alle mededelingen onwaar waren. De Hoge Raad oordeelde dat de kwalificatie van het bewezenverklaarde verbeterd moet worden van 'oplichting, meermalen gepleegd' naar 'oplichting'. De klacht over bewijsvoering faalde omdat het middel steunde op een verkeerde lezing van het arrest.
De Hoge Raad benadrukte dat het oordeel van het hof dat sprake was van een samenweefsel van verdichtsels, mede gelet op de geestelijke gesteldheid van het slachtoffer en het misbruik daarvan door verdachte, niet onbegrijpelijk is en voldoende is gemotiveerd. Het cassatiemiddel werd verworpen en het arrest bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor oplichting en verwierp het cassatiemiddel.