ECLI:NL:PHR:2011:BR0119
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tegenstrijdig belang en vertegenwoordigingsbevoegdheid bestuurder in vennootschapsrechtelijke geschil
In deze zaak staat centraal of een bestuurder, ondanks een tegenstrijdig belang bij de verkoop van vennootschappelijke onderdelen, bevoegd blijft de vennootschap te vertegenwoordigen en of de koper op die bevoegdheid mocht vertrouwen. M.E. Beheer c.s. vorderden vernietiging van transacties en stelden onbevoegdheid van de bestuurder wegens tegenstrijdig belang. Het hof oordeelde dat sprake was van tegenstrijdig belang en onbevoegdheid, en dat de bestuurder zijn informatieplicht aan de algemene vergadering niet was nagekomen.
De Hoge Raad bevestigt dat voor toepassing van art. 2:256 BW Pro niet vereist is dat de rechtshandeling zeker tot benadeling leidt, maar dat twijfel over de integriteit en objectiviteit van de bestuurder voldoende is. Het hof heeft het tegenstrijdig belang onvoldoende gemotiveerd, met name door het belang van de vennootschap niet te wegen tegen het persoonlijke belang van de bestuurder. De Hoge Raad stelt dat de bestuurder, ook bij tegenstrijdig belang, statutair bevoegd kan blijven vertegenwoordigen indien de algemene vergadering niet tijdig is geïnformeerd, mits de vergadering de mogelijkheid krijgt een andere vertegenwoordiger aan te wijzen.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het niet informeren van de algemene vergadering over het tegenstrijdig belang in beginsel interne gevolgen heeft en niet automatisch leidt tot onbehoorlijk bestuur of wanprestatie. De aansprakelijkheid van de bestuurder moet aan de hand van alle omstandigheden worden beoordeeld. Het hof heeft dit onvoldoende gedaan. Ook het oordeel dat de koper onrechtmatig heeft gehandeld door inbreuk op eigendomsrechten te maken, wordt door de Hoge Raad kritisch bekeken en lijkt onvoldoende gemotiveerd.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van het arrest van het hof. De zaak betreft complexe vennootschapsrechtelijke kwesties rondom vertegenwoordiging, tegenstrijdig belang, informatieplicht en gevolgen van schending daarvan.
Uitkomst: De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering over tegenstrijdig belang en vertegenwoordigingsbevoegdheid.