ECLI:NL:PHR:2006:AT3051
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve vermindering aanslag is geen voor bezwaar of beroep vatbare beslissing
In deze zaak staat centraal of een ambtshalve vermindering van een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 1996 door de inspecteur kan worden aangemerkt als een beslissing waartegen bezwaar en beroep mogelijk zijn. Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen deze ambtshalve vermindering, maar het Hof verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het niet ging om een uitspraak op bezwaar.
De Hoge Raad bevestigt dat het fiscale stelsel een gesloten stelsel van rechtsbescherming kent, waarin alleen tegen bepaalde, wettelijk aangewezen beslissingen bezwaar en beroep openstaan. Een ambtshalve vermindering valt hier niet onder en is daarom niet vatbaar voor bezwaar of beroep. De brief van belanghebbende werd niet als een bezwaarschrift aangemerkt, zodat ook geen sprake was van een overschrijding van de wettelijke termijn voor uitspraak op bezwaar.
De Hoge Raad stelt dat het Hof het beroep van belanghebbende had moeten gegrond verklaren en het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Tevens had het Hof belanghebbende moeten wijzen op de mogelijkheid om een civiele vordering in te stellen bij de burgerlijke rechter. De uitspraak van het Hof op beroep en verzet, alsmede de uitspraak van de inspecteur, worden vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van het Hof en verklaart belanghebbende niet-ontvankelijk in haar bezwaar tegen de ambtshalve vermindering.