ECLI:NL:PHR:2011:BP3053
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van heffingsrente en invorderingsrente bij ambtshalve vermindering van voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting
In deze zaak staat centraal de vraag of de inspecteur bij ambtshalve vermindering van voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting heffingsrente moet vergoeden en of het opleggen van een negatieve voorlopige aanslag mogelijk is.
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen het niet vergoeden van heffingsrente bij verminderingen van voorlopige aanslagen. Het Hof had geoordeeld dat de inspecteur had moeten kiezen voor het opleggen van negatieve voorlopige aanslagen, waardoor heffingsrente zou zijn vergoed. De inspecteur had echter ambtshalve verminderingen verleend zonder heffingsrentevergoeding, wat leidde tot een rentenadeel voor belanghebbende.
De Hoge Raad stelt dat het wettelijke regime geen ruimte biedt voor het opleggen van negatieve voorlopige aanslagen ter compensatie van te hoge positieve voorlopige aanslagen. De inspecteur kan de onjuiste voorlopige aanslag slechts ambtshalve verminderen zonder heffingsrente te vergoeden. Het Hof had ten onrechte geoordeeld dat de inspecteur een keuzevrijheid had om negatieve voorlopige aanslagen op te leggen. Tevens wordt bevestigd dat invorderingsrente en heffingsrente volgens de wettelijke bepalingen moeten worden toegepast, waarbij invorderingsrente pas vanaf 1 januari van het volgende jaar wordt berekend en heffingsrente vanaf 1 juli van het belastingjaar.
De Hoge Raad benadrukt het belang van proceseconomie en het massale karakter van het belastingproces, waardoor snelle vermindering van voorlopige aanslagen zonder heffingsrentevergoeding niet onzorgvuldig is. Ook wordt gewezen op de wettelijke en beleidsmatige kaders rondom ambtshalve verminderingen en de toepassing van het zorgvuldigheidsbeginsel.
Uiteindelijk vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en bevestigt dat de inspecteur niet gehouden is heffingsrente te vergoeden bij ambtshalve verminderingen van voorlopige aanslagen door middel van negatieve voorlopige aanslagen, en dat het Hof onjuist heeft geoordeeld over de bevoegdheid van de inspecteur.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt dat de inspecteur niet bevoegd is negatieve voorlopige aanslagen op te leggen ter compensatie van te hoge voorlopige aanslagen en dat heffingsrente en invorderingsrente volgens de wettelijke regels moeten worden toegepast.