ECLI:NL:PHR:2011:BP3068
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing en grenzen van ambtshalve vermindering en negatieve voorlopige aanslag in vennootschapsbelasting
In deze zaak staat centraal de vraag of de inspecteur in het kader van vennootschapsbelasting kan kiezen tussen het ambtshalve verminderen van een voorlopige aanslag en het opleggen van een negatieve voorlopige aanslag. Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen het niet vergoeden van heffingsrente bij ambtshalve vermindering van een voorlopige aanslag.
De rechtbank had geoordeeld over de ontvankelijkheid van het bezwaar en de rechtmatigheid van het handelen van de inspecteur. Het hof stelde dat de inspecteur een negatieve voorlopige aanslag had moeten opleggen, waartegen bezwaar mogelijk is, en dat bij die keuze heffingsrente vergoed zou moeten worden. De Hoge Raad stelt echter dat het opleggen van een negatieve voorlopige aanslag als correctie op een eerdere positieve voorlopige aanslag niet mogelijk is volgens het wettelijke regime.
De Hoge Raad benadrukt dat het ambtshalve verminderen van een voorlopige aanslag een bewuste wettelijke keuze is, waarbij geen rechtsmiddelen openstaan tegen die beslissing. Conversie van ambtshalve vermindering in een negatieve voorlopige aanslag is niet toegestaan. De inspecteur hoeft niet te wachten op een definitieve aanslag om correcties door te voeren, mede gezien de massaliteit van het proces. Het zorgvuldigheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel vereisen wel dat het rentenadeel dat ontstaat door de keuze van de inspecteur wordt vergoed.
De uitspraak bevat uitgebreide overwegingen over het onderscheid tussen heffingsrente en invorderingsrente, de wettelijke grondslagen van voorlopige aanslagen, en de belangenafweging die de inspecteur moet maken. Tevens wordt gewezen op de beperkingen van het bezwaarrecht tegen ambtshalve beslissingen en de noodzaak van een juiste belangenafweging door het bestuursorgaan.
Uitkomst: Het opleggen van een negatieve voorlopige aanslag als alternatief voor ambtshalve vermindering is niet toegestaan; rentenadeel moet worden vergoed.