ECLI:NL:HR:1996:AA1755
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Vertrouwensbeginsel faalt bij overschrijding bezwaartermijn loonbelasting naheffingsaanslag
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over 1993 en stelde bezwaar in. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde en ook het verzet tegen die beschikking ongegrond verklaarde.
In cassatie stelde belanghebbende dat zij door afspraken met de ontvanger en de Rijksadvocaat tijdens een bespreking na het verstrijken van de bezwaartermijn het vertrouwen had gekregen dat haar bezwaar alsnog ontvankelijk zou worden verklaard. De Hoge Raad oordeelde dat dit vertrouwen niet gerechtvaardigd was omdat de bezwaartermijn een dwingende termijn is die niet kan worden verlengd of herstart door toezeggingen van de belastingdienst.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en wees een veroordeling in proceskosten af. Het arrest werd op 20 november 1996 uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt verworpen wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder rechtvaardigend vertrouwen.