Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
3.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar en beroep tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2011 tot en met 2014. Tijdens de procedure trok hij het beroep in nadat de Inspecteur besloot de aanslagen niet te innen. Tegelijk verzocht belanghebbende om een integrale proceskostenvergoeding van circa NAf. 250.000 voor advies- en bijstandskosten.
Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de gevorderde kosten geheel betrekking hadden op bezwaar en beroep, mede omdat een groot deel van de kosten verband hield met een strafzaak waarvoor belanghebbende vrijgesproken werd. Ook was onduidelijk welke kosten onbetaald waren en welke kosten betrekking hadden op de beroepsfase.
De Inspecteur werd veroordeeld tot een forfaitaire proceskostenvergoeding van NAf 1.400 en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van NAf 50. De vraag naar bijzondere omstandigheden voor een integrale vergoeding werd niet behandeld vanwege het ontbreken van voldoende bewijs. Deze uitspraak werd gedaan op 23 februari 2024 door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao.
Uitkomst: De Inspecteur wordt veroordeeld tot een forfaitaire proceskostenvergoeding van NAf 1.400 en vergoeding van het griffierecht van NAf 50.