Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
3.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende was geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over 2011-2017 en maakte bezwaar en beroep tegen deze aanslagen. Tijdens de procedure trok belanghebbende het beroep in nadat de Inspecteur had aangegeven de aanslagen niet te zullen invorderen.
Belanghebbende verzocht om vergoeding van integrale kosten van adviseurs, accountants en advocaten, maar kon de hoogte en toerekening van deze kosten niet aannemelijk maken. Tevens betrof een groot deel van de kosten de strafrechtelijke procedure waarvoor belanghebbende was vrijgesproken, waardoor deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen.
Het Gerecht oordeelde dat geen sprake was van ernstige onzorgvuldigheid door de Inspecteur en wees de integrale kostenvergoeding af. Wel werd een forfaitaire proceskostenvergoeding van NAf 1.400 en het griffierecht van NAf 50 toegekend, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht en relevante jurisprudentie.
De uitspraak werd gedaan door rechter Pijnenburg op 23 februari 2024 te Willemstad, met mogelijkheid tot hoger beroep bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: De Inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van NAf 1.400 proceskosten en NAf 50 griffierecht, integrale kostenvergoeding wordt afgewezen.